zo nu & dan wat boodschappenlijstjes samenstellen van onmisbare noodzakelijke benodigheden,
Laten
we via
Mat van zo'n
300 jaar geleden in
taal & gedachten van die 'verlichtingstijd'
zo ook nu maar weer terug- & vooruitkijken
naar 2000 jaar geleden & 'toekomst'
die ons misschien
al wacht
...
Laat ons,
om dit klaarder te zien,
onze gedachten wat nader laten gaan
over deeze twee volgende hoofdzaaken:
op den wonderdaadigen vangst, en daar op volgenden maaltijd;
op de drievuldige liefdes-toets van Sjim'on Petros Bar Yonah aka Kefas
visscher@Chorazin/Kfar Nachoem,
Yeroesjalayiem/Yafo en
de rest van
de wijde
wereld
...
Petrus dus,
die zo volijverig
tot Yehosjoea spoeide,
vergeet zijnen werkplicht niet,
maar gehoorzaamt 't
bevel des Heeren,
die hen
ALLEN
gebood
het net op te voeren,
en van de gevangene visschen
tot hem te
brengen.
Hoe groot ook zijne vreugd mag geweest zijn,
dat hy den HEERE zag, hy vind nog grooter vreugde hem te gehoorzamen:
en als of hem alleen bevolen ware, de visschen op te halen, en aan
land te brengen, begeeft hy zich van den oever weder naar de zee,
en het dobberend scheepken, dat met
de baaren worstelt!
[Vroeger had je daar al veel vrolijke
liedjes over zoals 'Scheepken onder Yesjoe's hoede']!
In 't scheepken waren nog
ZES
Discipelen,
alle bedrevene visschers,
en kloeke zeelieden:
des niet te min heeft Yehosjoea zo haast niet belast
van de visschen aan land te brengen
of Petros vliegt derwaards om
zijnen mede~arbeiders
te helpen, en het
vischrijk net op
het land te
trekken.
Gevende
ons dus een voor-
schrift hoe wy malkander hulpvaardigheid bewijzen & geen
KAINS
taal voeren moeten,
als ging onze broeder,
& zijn nood ons
niet aan.
Het vischnet is vol,
dat geheel den nacht vergeefs was uitgeworpen.
[Je het als het ware zich voor je eigen ogen afspelen vol symbolen
als kolkend zeewater, kolossale
visscholen, allerlei visvangers
& mede~
eters?]
Het bevat
een getal van 153. visschen,
die niet gering, maar zeer groot waren,
want zy konden het niet voort trekken:
en hoe groot die ook mogen zijn geweest,
scheurt echter het
vischnet [net]
niet!
't
Grieksch, tosoutoon,
kan verduitscht worden, zo groot,
zo wel, als zo veel, want 't drukt beide uit,
grootheid & getal, en zoud konnen vertaalt worden,
zo groot, & zo veel!
Als JC
zijne Discipelen eerst riep,
& beval het vischnet in zee te werpen,
na dat ze den gantschen nacht vergeefs
hadden gevischt, als hier, besloten zy zo overgroote menigte visschen,
dat het net scheurde;
en beide scheepkens tot zinkens toe beladen waren!
[Lucky Luke 5:1 e.v.
WAYEHI KA'ASJER NIDCHAK HAMON HA'AM LISJMOA ET-DAVAR HA'ELOHIM WEHOE OMEED AL-YAD YAM-GINEISAR {'T "HARPMEER"}
Toen hij na zijn eerste optreden
aan de rivier de Yardeen aan beide zijden van het Harpmeer
en in Kfar Nachoem & Natseret {en diverse omringende streken} weer
aan de oever van het meer van Ginnosar of Kinnereth stond en het volk zich om hem heen verdrong
om naar het woord van 'g d' te luisteren over het goede nieuws van het hemelse goddelijke koninkrijk
op aarde, zag hij twee boten aan de oever liggen: de vissers waren eruit gestapt
& bezig de netten schoon te spoelen.
Hij stapte in een van de scheepjes,
die van Sjim'on Petros Bar Yonah aka Kefas was,
& vroeg hem om een eindje van het land weg te varen:
hij ging zitten & gaf de menigte onderricht vanuit de boot!
Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij teen Sjimon:
"Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen!" Sjimon antwoordde:
"Heer & Meester, de hele nacht hebben we ons al ingespannen en niets gevangen, maar als jij 't zegt, dan zal ik de netten opnieuw uitwerpen!"
En toen ze dat gedaan hadden,
zwom er zo'n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren.
Ze gebaarden dus naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen, en nadat dezen bij hen waren gekomen,
vulden ze die beide boten
met zoveel vis dat ze
bijna zonken!
Toen Sjim'on
Petros Bar Yonah
aka Kefas dat alles zag,
viel hij op z'n knieen voor Yeshu neer en zei:
"Ga weg van mij, Heer, want ik ben maar een eenvoudig & zondig mens!"
Hij was totaal verbijsterd, net als alle anderen die bij hem waren,
over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden;
zo verging het ook Ya'akov & Yochanan,
de zonen van Zavdai, die met Sjim'on
samenwerkten!
Yehosjoea
zei tegen Sjimon:
"WEES NIET BANG, VOORTAAN
ZUL JE MENSEN VANGEN!"
Nadat ze de boten aan land hadden gebracht,
lieten ze daarop alles achter & volgden hem.
Volgens Paul Verhoeven
duiden al deze mydibijbelverhaaltjes
vooral {?} op de komende dreigende opstand tegen de Romeinen & de Grieken die het land dreigden over te nemen
van de Joden gedurende al die tientallen jaren vol TEVEEL TE snelle veranderingen
en de daarbijbehorende toenemende spanningen onder benarde bevolkingsgroepen
van velerlei afkomst en 'religieus/politieke' overtuiging
al naar gelang 'ras', 'volk', 'stam',
beroepsgroep, aan-
& afhankelijkheid.
Voorwaar,
voorwaar: 'n
prachtig thema voor
'n nieuwe "Verhoevenfilm" die uitgaat van 'nieuwe' informatie &
aangepaste gegevens! In ieder geval
gaan al die verhalen van toen
overal elders ook
door in ons
hier en
nu
