Die kosmische relaties ontstaan door bliksemflitsen van Boven?
Niet dat we weten:
we denken dat 't te maken heeft met observatiepunten die landbouwers installeerden,
Van waaruit ze de hemellichamen bestudeerden.
Simpel gesteld:
als je 'n stokje rechtop in de grond steekt waaromheen je .n cirkel trekt,
dan kun je aan de hand v/d schaduwen die 't stokje werpt 't oosten & 't westen bepalen.
Vanuit die gefixeerde observatiepunten bestudeerden de landbouwers de hemellichamen & ontdekten 'n onveranderlijke, universele werkelijkheid.
't Hunebed, & later ook de middeleeuwse kerken, zijn georiënteerd op de kosmische wereld.
Zij vormen daardoor 'n vast punt tussen 't hier & nu, & de kosmische orde.
Zo ontstond in 't hunebed naast de intieme relatie met de voorouders
ook de onpersoonlijke band met 't kosmische.
In de Romeinse tijd is daar bovendien nog 'n dimensie bijgekomen
Die essentieel is voor 't ontstaan van 't christendom: de mediterrane tijdsopvatting.
Pas in de Romeinse tijd werd het mogelijk om de voorouders te plaatsen op de tijdsbalk die verleden & heden rechtstreeks met elkaar verbond.
Dit gebeurde door een begin van de jaarrekening aan te nemen.
Voor de Romeinen was dat het jaar waarin Rome werd gesticht,
In onze chronologie 754 voor Christos.
Wat heeft die Romeinse tijsopvatting met onze religieuze ervaring te maken?
Tot dan toe was het kosmische wel een andere wereld, maar die wereld lag heel dicht tegen het hier en nu aan.
Dat verandert, de God van het christendom werd nu voortaan uitgezet op een tijdslijn.
Ooit, in een iets minder ver verleden, is Christus dus (nam men aan) voor onze zonden gestorven,
en ooit, in een verre toekomst zal er een dag des oordeelsvorming zijn.
Naast een spirituele ervaring 'down', een ksomische ervaring "UP",
ontstaat er nu een horizontale tijdservaring.
Je zou kunnen zeggen zen kunnen spreken van een drievoudige beleving van de werkelijkheid.
Deze drieslag zie je terugkomen in onze middeleeuwse kerken, bijvoorbeeld die van Loppersum in het weidse Groningerland.
Zo'n gebouw is een orientatiepunt in de tijd, met de klok in de toren en vaste tijdstippen waarop geluid wordt.
Tegelijkertijd vormt de kerk een raakvlak met de geestelijke wereld.
Met God, maar niet te vergeten ook met het voorgeslacht,
Waarvan de graven zich op het kerkhof en in de kerk
Onder je voeten bevinden.
De kerkgangers
konden in deze andere werkelijkheid
in contact treden met zowel de voorouders als met de kosmische wereld,
wat bij ons het godelijke is geworden.
Het spirituele en het kosmische
zijn in het christelijke Gods-
Beeld gefuseerd.
ZO
loopt er,
wellicht, een rechtstreekse
religieuze lijn van de grotschilderingen
uit de Dordogne naar
de dorpskerk van
Loppersum
...

