Toen de lijkwade voor 't eerst in de documenten werd genoemd, was deze in 't bezit van graaf Geoffroi II van Charny.
In 1453 kwam de doek in handen van 't huis van Savoye & werd hij overgebracht naar hun residentie Chambery i/d Franse Alpen.
In 1516 zou Albrecht Duerer daar-heen zijn gereisd om 'n kopie v/d lijkwade te maken. In december 1532 bleef de doek 'als door 'n wonder' gespaard tijdens 'n brand i/d slot-kapel van Chambery, maar liep daarbij wel schade op.
In 1578 liet de hertog van Savoye de omstreden relikwie/icoon overbrengen naar Turijn de nieuwe residentiestad v/h vorstenhuis waar zijn tegenwoordige naam vandaan komt. In Turijn wordt de doek sinds de 17de eeuw bewaard in 'n speciaal daarvoor gebouwde zijkapel v/d kathedraal. Tot 1983 was deze lijkwade in 't bezit v/d huis van Savoye.
Met de dood v/d voormalige Italiaanse koning Umberto II uit 't huis van Savoye in '83 ging hij door overerving over op de Heilige Stoel. Omstreden is de vraag of de geschiedenis v/d voor 't eerst i/d 14de eeuw gedocumenteerde lijkwade verder terug te volgen is & hoe hij i/d middeleeuwen in Frankrijk kan zijn terechtgekomen.
Aangezien de familie v/d graven van Charny in contact stond met de orde v/d Tempeliers pleit er veel voor dat de omstreden relikwie de legendarische Mandylion van Edessa is die in 1204 in Constantinopel {'t huidige Istanbul} na de 4de kruistoscht spoor-loos verdween.
Edessa, dat tegenwoordig in 't oosten van Turkije ligt, was i/d oudheid de hoofdstad van Osroene dat de geschiedenis inging als eerste christelijk koninkrijk. Die 'afbeelding van Christos' uit Edessa, die volgens bronnen 'door God geschapen & niet door mensenhanden genaakt is', was 'n in vieren gevouwen doek, 'n zogenaamd 'tetradiplon'.
Als hij opgevouwen was, dan was er op 't bovenste vlak 'het gezicht van Jesus' te zien. Als hij helemaal opengevouwen was, dan was de afbeelding van zijn gehele lichaam te zien. Aansluitend bij het Arabische woord voor 'doek' of 'handdoek' wordt 't ook wel aangeduid als "Mandylion".
De relikwie bevond zich waarschijnlijk sinds 't begin van de 5de eeuw in Edessa & gold daar enige tijd als vermist. In 525 werd Edessa zwaar getroffen door 'n overstroming & bij de daarop volgende herstel-werkzaamheden aan de stadsmuur zou 't Mandylion weer teruggevonden zijn in 'n dichtgemetselde nis.
Aangezien men in Edessa de herkomst v/h linnen doek met de afbeelding van Christos niet kon verklaren, werd i/d vorm v/d Abgarlegende het verhaal bedacht dat 'n zekere Ananias nog tijdens 't leven van JC deze afbeelding uit Yeroesjalayiem naar Edessa bracht.
Evagrius beschrijft dan in z'n kerkgeschiedenis hoe de bewoners in 544 tijdens de belegering van Edessa door de Perzen in hun grote nood deze afbeelding te hulp riepen & hoe de stad op wonder-baarlijke wijze gespaard bleef voor de bestorming door dit grote vijandige leger.
't Met water besprenkelde Mandylion zou de verschansing v/h Perzische leger in brand hebben gestoken & doen instorten ...
Wat 'n lariekoek! Ik ga aardappels schillen.
