Dat het berouw
van Judas geen oprecht berouw moet geweest zijn,
is genoeg af te nemen uit den traagen indruk, en spaade schrikbeelden, die hy krijgt,
niet van de zonden, niet van het bedreven kwaad, maar van 't veroordelen des Heilands
voor den Joodschen bloedraad.
Want toen eerst
kreeg hy nabedenken, toen eerst wierd hy met schrik en smert bevangen,
toen hy zag, dat JC veroordeeld was, en in handen der Heidenen overgelevert wierd,
om den kruisdood te lijden.
Zo verstokt hem de Satan;
zo verblind hem de zonde: en 't is de geringste konstenarij van dien duizendkonstenaar niet,
dat hy de grootheid en verschriklijkheid der zonde verbergt, tot dat zy bedreven is;
maar als 't kwaad is begaan, vertoont hy de misdaaden in haare schandelijkheid en vervaarlijkheid,
op dat de zondaar tot wanhoop gebragt, een onlijdelijke droefheid en angstvalligheid zoud lijden,
en meer en meer van G d
afkeerig worden.
Dat men
de lelijke afgrijslijkheid
der zonden voorzag, niemant zoude haar beminnen:
want de ziel heeft een ingeschapen afschrik van 't geen haar leijk en verderrflijk voorkomt;
en doet de zonde niet, dan onder 't verkeerd begrip van zoet, en goed, en lieflijk:
maar als men die volbragt, en de wrange bedrieglijkheid gesmaakt heeft,
dan ziet men te laat, dat men
bedrogen is.
Zo gaat het Judas.
Als hy ziet,
dat Yehosjoea ter dood verwezen,
en van den Joodschen Raad voor de vierschaar van Pilatus
gebragt word, toen zag hy, wat hy gedaan, of liever misdaan had. Het schijnt eenigen uit deeze omstan-digheid toe, dat Judas gedacht, en verwacht moet hebben, dat zich de Heiland uit het geweld der Jooden,
gelijk wel [al eerder en vaker] meer, zoud gered hebben, en noit toegestaan, dat zy hem veroordelen,
en overleveren, en kruisigen zouden,
als een snooden
booswicht.
Maar behalven
dat men van bedoelingen,
en gedachten van 's menschen hart, dat zo bedrieglijk is,
niet oordelen kan; zoud het zijn schelmstuk niet verminderen, maar verdubbelen, en bedrog by zijn verraad voegen, om dat hy den Raad zoud hebben gepoogt te bedriegen, terwijl hy, zo veel in hem was,
JC verraderlijk verkocht
en overleverde.
Doch waarom pleit men
voor dien rampzaligen, die zich zelven beschuldigt en veroordeelt,
als hy den bloedloon weder brengt, en zegt, ik hebben gezondigt, verradende het onschuldig bloed.
Ik denk toch dat het Judas niet om het geld te doen was {'de koopprijs van een Joodse slaaf'?}, maar om de vervulling van profetie zoals die werkte in die dagen en omstandigheden onder bepaalde goed-gelovigen. Er bestond dan wel geen kans op het winnen van een gewapende opstand, maar voor hen die profetie beschouwden als 't "Woord van G d" was de [hoopvolle] vervulling ervan de enige weg naar hun verlossing en bevrijding van heidens juk &
collaborerende volksgenoten?
[{@}]
De hemelse
legioenen engelen bleven uit!
De goddelijke interventie liet op zich wachten?
Het gehoopte perspectief bleek veel langer te duren
dan ze verwachtten!
Die patstelling
lijkt nog steeds voort te duren
tot op de mydidag
van vandaag
...






