beffenpijpenpruikenhoedenoranjebovenroodgerommel!?
OP
DE MILLENNIADREMPELS
KWAMEN DE VOOR- & NADELEN
V/D VOORGAANDE EEUWEN VAAK NOG EENS EXTRA
UIT DE HOEK & MET VERVE!? DE REVOLUTIONAIRE NIEUWE TIJDEN
WAREN AANGEBROKEN EN/OF DE GOEDE OUDE TIJDEN KWAMEN WEDEROM:
'N IEDER HÀD WÈL WÀT?! I/D ZG. FRANSE SANSCULOTTENTIJD DACHTEN EN HOOPTEN VELEN,
DAT HET NÁ DE BEVRIJDING WEL WEER BETER WÒRDEN ZOU
'ZOALS VROEGER'!?
Upstart coryfee Gijsbert Karel van Hogendorp
drukte graag een wens van VELEN uit, toen hij bv. i/d maand november
van 1813 zíjn Oranje-Bóven-Biljet eindigde met de woorden: "DE OUDE TIJDEN KÓMEN WÉDERÖM!"
En inderdaad, in die eerste helft v/d 19de eeuw blééf héél véél BÍJ 't ÓUDE, véél té véél; 't wèrd dé TÍJD v/d Oude STÁSTÒK, die evenals zijn HUYS van 'n "Vroeger Eeuw" wàs? In onze tijd hadden we een kopstuk
met elastieken benen als Jan Peter Balkende
met z'n gewenschte VOC~mentaliteiten
...
Gemeenteraadsleden werden toen
ook ooit 'voor het léven' uitgekozen èn vergaderden àchter gesloten deuren: zij schonken baantjes & betrekkingen aan vriendjes èn bekènden! De raadsleden & kamerleden waren dikwijls voorzien van deftige poederpruiken & ze zetten 'r bij & tijdens hun gebollebofte beraedslaegingen soms hun kalotjes of Hooge Hóeden op; de zalen waren nog
tochtig & slecht verwarmd!
"Staten-Generaal"
vergaderden nog ònregelmatig & de jaarlijkse zitting werd in 1814 pas de eerste maandag in november & sinds 1815 de derde maandag in oktober geopend? Koning Willem I regeerde als echte oergorilla liefst buiten de staten-generaal òm bij koninklijke besluiten; de ministers waren nog koninklijke ministers, die uitsluitend aan de koning verantwoording schuldig waren:
't verleden troef'!
DE STAAT
WÀS I/D EERSTE PLAATS NOG ALS 'N POLITIESTAAT, DIE ZORGDE VOOR HANDHAVING VAN ORDE EN RUST: "De Stáát" be-móeide zich nog niet met de toestanden 'in de Fabriek'?! En àls de tijden voor de arbeiders eens zeer slecht waren, DÀN móesten zij, zo als 'n krant schreef, BESÈFFEN, 'dat de beproeving haar toekomt van Bóven, zoodat bij goedwilligheid v/d méér Gegóeden, àlléén maar pàst 'n Christelijk berustend ende biddende Òpzien tot HÈM, díe bepróevingen zèndt
ter zijner tijd!'
Èr wàs 'n dúidelijk Verschil
tùssen al de meer gegoeden & 't Gewóne Volluk óók ìn de (aen)Kléding:
'n Héér met z'n Hóed òp & Schoenen aen, 'n wèrkman met z'n Pèt op & z'n Klòmpen aan 'in boezeroen';
de gehuwde vrouw uit de gegoede stand wàs Mevrouw, de gehuwde vrouw
uyt 't VÒLK was juffrouw
of Vrouw.
Ook i/d jaren '40 & '50
v/d vorige eeuw na de Duytse
Bezetting kon je dat soort taal nog horen & alle
standsverschillen nog
zien
...
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende