Christus de Gekruiste: Mattheus Gargon over Mattheus XXVI: 57 ~ 68
Wat ontsteltenisse, wat droefheid veinst gy, G dlooze, daar gy u verheugt in 't verderf des Heilands,
en al uw vermaak stelt in hem te dooden? Dit scheuren geschied ook nergens anders toe, dan om de vloekgenooten van deezen bloedraad te bewegen, tot een onrechtvaardige uitspraak van het vastgesteld
doemvonnis: daarom zegt hy in g dloozen ijver: wat hebben wy nog getuigen van nooden?
ziet, nu hebt gy zijne G dslastering gehoort: wat dunkt u-lieden?
De belijdenisse der waarheid is nu by deezen Hoogenpriester eene G dlastering, en Schuldbekentenisse.
Wie zoud ook anders den Heiland van zonden overtuigt hebben, indien hy niet betoont had onze schuld op zich genomen te hebben? Vraagt vrij, doldriftige Kajafas, wat uwen vloekverwanten dunkt? zo ze naar waarheid, naar de wet, naar Mosjeh en de Profeeten wilden oordelen, zy zouden eenstemmig Yehosjoea onschuldig verklaren, en zeggen, gelijk Pontius Pilatus hier na zeggen zal, wy vinden geene schuld in hem.
Nu zy naar drift, en onbezonnen haat, en wraakgierigheid oordelen, zeggenze: hy is des doods waardig.
'T is waar, in dat godloos vonnis Yesjoea was doodwaardig: maar niet om eenige zijner schulden, of mis-daaden, die hadde hy niet. En hoe zoude hy schuldig zijn, die geene zonden gekend heeft? Hy was dood-waardig, om dat hy onze Borg was. Hy was doodwaardig, om dat hy onze straffe dragen moest.
Wy hadden den dood verdient: wy hadden overtreden: wy hadden ons schuldig gemaakt.
Dus spreken deeze onrechtvaardige Richters onwillens de waarheid.
Gelijk Kajafas had gesproken, als hy voorheen zeide: dat het nut was, dat een mensch voor het volk stierve. De wet zelve had den dood bedreigt, en uitgesproken tegen G dlasteraars, want zo sprak Mosjeh:
"wie den naam des Heren gelastert zal hebben, zal zekerlijk gedood worden!"
Heerlijker voorwendsel konde deeze bloedraad niet hebben, als de wet zelve: konden zy anders spreken, als de wet sprak? En als ze met de wet spraken, kondenze dan wel voor onrechtvaardige Richters geacht worden? Zo schoon een dekmantel vind de looze huichelaar, om zijne godloosheid te verbergen.
Maar G ds aldoordringendheid oog ziet de harten, en beproeft de nieren: die op de wet roemt, zal naar de wet geoordeelt worden!
Mat 27:24 ~ Toen Pilatus inzag dat zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uitzag dat men in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: "Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het verder zelf maar op te lossen!"
Yoh 19:6 ~ Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen: "Kruisig hem, kruisig hem!" Toen zei Pilatus: "Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is!"
II Kor 5:21 ~ G d heeft hem die de zonde niet kende voor ons EEN gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor G d konden worden!
Yoh 18:13 e.v. ~ Ze brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester, en hij was het die de Joden had voorgehouden: "Het is goed dat EEN man sterft voor het hele volk!"
Lev 24:1 e.v. ~ De HEER zei tegen Mosjeh: "Draag de Israelieten op om je voor de verlichting zuivere olijfolie te brengen: er moet in de ontmoetingstent, buiten het voorhangselgordijn dat de ark met de verbondstekst van de tien geboden afschermt, altijd licht branden. Aharon moet ervoor zorgen dat de lampen de hele nacht voor de HEER blijven branden. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, voor alle komende generaties. De lampen moeten elke nacht voor de HEER branden, in een lampenstandaard van zuiver goud.
Bak van tarwebloem twaalf broden van tweetiende efa per stuk. Leg ze voor de HEER neer in twee rijen, twee rijen van zes, op de met zuiver goud overtrokken tafel. Brand bij elke rij zuivere wierook, als teken voor de hele gave, als offergave voor de HEER.
Elke sjabbat opnieuw moet de priester twee rijen brood voor de HEER neerleggen, uit naam van alle Israelieten. Deze verplichting geldt voor altijd. Het brood is bestemd voor Aharon en zijn zonen.
Ze moeten het eten op een heilige plaats, want het is allerheiligst. Het is voor altijd voor hen bestemd, als hun aandeel in de offergaven voor de HEER!"
Met de Israelieten was een man meegekomen die geboren was uit een Israelitische vrouw en een Egyptische man. Toen deze man op zekere dag slaags raakte met een Israeliet en een vloek uitsprak waarin hij G ds naam lasterde, werd hij aan Mosjeh voorgeleid.
Zijn moeder heette Sjlomiet;
ze was een dochter van Dibri en behoorde tot de stam van Dan.
De man werd in voorlopige hechtenis genomen tot een uitspraak van de HEER uitsluitsel zou geven
over wat er moest gebeuren. En de HEER zei tegen Mosjeh:
"Wie zijn G d vervloekt, zal de gevolgen van zijn zonde dragen.
Wie de naam van de HEER lastert moet ter dood gebracht worden, die moet door de voltallige gemeenschap worden gestenigd.
Of het nu een vreemdeling is of een geboren Israeliet,
wie mijn naam laster moet ter dood gebracht worden.
Ook wie een mens doodt moet ter dood gebracht worden,
en wie een dier uit andermans veestapel doodt, moet het vergoeden: een leven voor een leven.
Wanneer iemand letsel toebrengt aan een ander, dan moet hem hetzelfde letsel worden toegebracht: een breuk voor een breuk, een oog voor een oog, een tand voor een tand.
Wat hij die ander heeft aangedaan zal ook hem aangedaan worden.
Dus wie een stuk vee doodt moet het vergoeden
en wie een mens doodt moet ter dood gebracht worden.
Vreemdelingen en geboren Israelieten
moeten volgens diezelfde norm
worden berecht.
Ik ben de HEER,
jullie G d!"
Nadat Mosjeh dit tegen de Israelieten had gezegd,
werd de g dslasteraar buiten 't kamp gebracht en gestenigd:
zo voerden de Israelieten uit wat de HEER aan Mosjeh had opgedragen
[meer dan 3500 jaar geleden ten tijde van de ontploffing van Thera
in het midden van de Middellandse
Griekse Zee?]!
Tijdreizen
is de moeite waard:
je hoeft alleen maar te onthouden
wie jij bent, waar je bent, wanneer 't speelt & wat er a/d hand is?
Zonder regels geen orde, en zonder orde geen bestaan,
lijkt het wel alsof de mensen willen
zeggen! En we maken
er nog steeds
'n potje
van.