Er
wordt een
verhaal verteld over
een middeleeuws godsdienstig strijdgesprek
tussen een rabbijn en een christelijk theoloog,
waarin de tweede de eerste voorhoudt,
dat de God van "Jezus Christus" een God van liefde is,
terwijl de oudtestamentische God een God zou zijn van toorn en vergelding.
Daarmee zou de minderwaardigheid van de joodse religie zijn aangetoond.
De rabbijn evenwel antwoordt: ja zeker, maar dat wil juist zeggen dat jullie God
wraak en vergelding aan jullie zelf overlaat, zoals ook allerwegen blijkt,
maar onze vergeldende G d laat aan ons over
elkaar lief te hebben!
Dit bezwaar
zou ik als volgt
positief willen uitwerken.
Het geweld moet een plaats hebben.
De gerechtigheid moet zich doorzetten:
het kwaad kan niet zomaar verder ongestraft blijven.
G d eist die plaats op voor zijn eschatologisch gericht
[op Golgotha en op de jongste dag]
en het geloof vertrouwt G d die geweldsuitoefening ook toe.
Dat is de zin van Paulus' vermaning:
"Wreekt uzelf niet, geliefden,
maar laat plaats voor de toorn,
want er staat geschreven:
'MIJ komt de wraak toe,
IK zal het vergelden,
spreekt de HERE!'"
[ROM 12:19].
Als we terecht stellen
dat volgens de Bijbel [en
trouwens ook volgens de biologie!] geweld
HET
meest dominante kenmerk van de realiteit is,
en vrede het Visioen,
dan moeten we met grote kracht deze bijbelse gedachte aanvoeren:
geloof in G ds rechtvaardig gericht maakt ons bereid onze neiging tot gebruik van geweld
over te geven aan G d,
toe te vertrouwen aan G d en in plaats daarvan onze vijand lief te hebben,
vurige kolen op zijn hoofd te hopen.
Het geweld hoort thuis bij G d,
en wel in het eschatologisch gericht.
Het geweld moet verdaagd worden.
Deze gedachte
kan bijbels-theologisch verantwoord worden
door belichting van de notie van de toorn G ds.
Anderen hebben dat voor ons gedaan,
en ook later exegetisch onderzoek bevestigt hun stelling
dat van de toorn G ds in het nieuwe testament in navolging van Israels profeten
bijna uitsluitend sprake is in eschatologisch verband.
In het z.g. oude testament worden wel uitingen van G ds toorn verhaald
die direct de dood tot gevolg hebben in Numeri 11,
17 & 25; Yosjoea 7; I Sjmoe'el 15; 2 SAM 24:
Het volk begon de EEUWIGE zijn nood te klagen!
Toen de EEUWIGE dat hoorde ontstak hij in woede,
en het vuur van de EEUWIGE laaide op en greep om zich heen aan de rand van het kamp.
Het volk riep Mosjee luid om hulp en Mosjee bad tot YHWH [de eeuwige].
Toen doofde het vuur.
Ze noemden die plaats Tavera,
omdat daar het vuur van yhwh bij hen was opgelaaid.
Het samenraapsel van vreemdelingen dat met hen meetrok,
was onverzadigbaar,
en ook de Jisraelieten begonnen weer te klagen
en te morren.
"Hadden we maar vlees te eten!"
zeiden ze.
"We verlangen terug naar de vis die we in Egypte volop te eten hadden,
naar de komkommers en watermeloenen, de prei, uien en knoflook.
Nu drogen we uit, we zien nooit meer iets anders dan dat manna!"
[Het manna leek wel wat op korianderzaad maar had de kleur van balsemhars.
Ze verzamelden het overal in de omtrek, maalden het met een handmolen of stampten het fijn
in een vijzel, kookten het in een pot en maakten er daarna koeken van.
Die smaakten alsof ze in olie gebakken waren.
Wanneer het kamp 's nachts door de dauw bedekt werd,
daalde ook het manna erop neer.]
Mosjee hoorde hoe alle families bij de ingang van hun tent zaten te klagen.
Toen YHWH de Eeuwige in hevige woede ontstak, maakte Mosjee zich kwaad.
Hij vroeg Yhwh:
"WAAROM
doe jij jouw dienaar dit allemaal aan?
Ben je mij zij weinig toegenegen, dat jij mij de last van heel dit volk te dragen geeft?
Ben ik soms zwanger geweest van dit volk, heb ik het ter wereld gebracht?
En dan wil jij mij gebieden om het in mijn armen te dragen, zoals een voedster een zuigeling draagt,
om het zo naar dat land te brengen dat jij hun voorouders onder ede beloofd hebt?
Ze komen bij mij klagen dat ze vlees willen.
Maar waar haal ik voor dit hele volk al dat vlees vandaan?
Als jij mij dit werkelijk wilt aandoen, dood me dan maar liever meteen.
Dan blijft verdere ellende mij ten minste bespaard!"
De Eeuwige YHWH antwoordde Mosjee:
"Breng zeventig van de oudsten van Jisrael
bijeen van wie je weet dat ze hun taak als opzichter van het volk goed vervullen,
en laat hen dan naar de ontmoetingstent komen om zich daar bij jou te voegen.
Dan zal ik neerdalen om daar met jou te spreken
en een deel van de geest die op jou rust zal IK op hen overdragen.
Dan kunnen zij voortaan samen met jou die last van het volk dragen en hoef je dat niet langer meer allemaal alleen te doen. En tegen het volk moet je zeggen:
'Zorg ervoor dat je morgen rein bent, dan krijgen jullie vlees te eten.
Je hebt immers bij de Eeuwige Yhwh geklaagd dat je geen vlees meer hebt en dat je het in Egypte allen zo vreselijk goed had? Welnu, G d {YHWH de Eeuwige} zal jullie vlees geven ~ en vlees eten zul je!
Niet zomaar
EEN
dag, niet twee dagen lang,
niet vijf, tien of twintig dagen, maar een hele volle maand lang, tot het je de neus uitkomt
en je er allemaal helemaal misselijk van bent geworden.
Want jullie hebben je bij G d {de Eeuwige YHWH} beklaagd dat jullie geen vlees meer hebben, en
HEM die in jullie midden is,
geminacht door erover te klagen en te blijven doorzeuren dat jullie uit Egypte zijn weggegaan!?"
Mosjee zei:
"Ik heb hier een volk van zo'n zeshonderdduizend mensen bij me, en
JIJ zegt dat JIJ
hun vlees zult geven en dat ze daar een volle maand van zullen eten?
Hoe zouden er ooit genoeg schapen, geiten en runderen voor hen kunnen worden geslacht?
Zelfs als alle vissen van de zee gevangen werden, dan zouden ze daar niet genoeg aan hebben!"
Mosjee ging naar buiten en bracht de woorden van zijn G d {YHWH de Eeuwige} aan het volk over.
Daarna bracht hij zeventig oudsten van het volk bijeen
en stelde hen rond de tent op.
Toen daalde G d,
de Eeuwige YHWH af, in de wolk.Hij sprak tot Mosjee en droeg een deel van de geest die op hem rustte, op die zeventig oudsten over.
Zodra de geest op hen rustte begonnen ze te profeteren:
dat is daarna nog niet weer
opnieuw gebeurd!
Twee mannen,
van wie de ene Eldad heette
en de andere Medad, waren in het kamp gebleven;
ze stonden wel op die lijst van zeventig maar waren niet
naar de tent gegaan.
Zodra de geest op hen rustte
begonnen ook zij te profeteren,
in het kamp.
Een jongeman
rende meteen naar Mosjee toe en zei:
"Eldad en Medad zijn in het kamp aan het profeteren!"
"Zeg dat ze daarmee ophouden, heer!"zei Yehosjoea, de zoon van Noen, die van jongsaf aan
Mosjees rechterhand
was geweest.
Maar Mosjee zei:
"Denk je soms dat jij voor mijn belangen moet opkomen?
Legde G d {de Eeuwige YHWH} zijn geest maar op heel het volk!
Profeteerde iedereen maar!"Daarop keerden Mosjee en de oudsten van Jisraeel naar het kamp terug.
Toen liet de EEUWIGE een wind opsteken,
die vanaf de zee kwartels aanvoerde, en ze boven het kamp liet neervallen: ze lagen overal rond het kamp, tot op een afstand van een dagreis, in een laag
van wel twee el dik.
Het volk raapte de kwartels op
en was daar dan ook een hele dag en de hele nacht mee bezig,
en ook de hele volgende dag.
Niemand verzamelde minder dan tien zelslasten.
Ze legden ze overal rond het kamp te drogen.
Maar ze hadden het vlees nog niet fijngekauwd
of de EEUWIGE ontstak in woede tegen het volk
en bracht het een grote slag toe.
Die plaats kreeg de naam Kivrot HaTaaava,
naar het onverzadigbare volk dat daar
begraven werd.
Van Kivrot Hataave
trok het volk verder naar Chatserot,
en daar bleven ze
een tijdlang.
DAT
waren nog
eens andere
tijden!
Hoewel
...
