alternatief mydiseizoenwerk: hapslokkannibalisme?

'motten in m'n ouwe messy jas'

Het
is toch
een van de
meest merkwaardige [on]menselijke gedachten
dat christelijke hoofdidee van de verzoening tussen g d & mensen:
voor Gargon lijkt dat,
net als voor de meeste christenen voor/na
hem nog steeds
HET
centrale thema van hun geloof ~
Yehosjoea sterft aan zijn kruis voor onze zonden &
brengt [alleen zo?] verlossing voor alle mensen
van alle tijden en
plaatsen?

En dat komt dan in de plaats
van 't oorspronkelijke Paasfeest & de "Grote Verzoendag"?
Hij gaat daar alsmaar weer verder over door:
Daar toe moest de Masjiach uitgeroeit worden, en de eeuwige gerechtigheid aanbrengen.
Onder de wet mogt noit offeraar het offerbloed noch zoenoffer-vleesch nuttigen: geen wonder,
daar door geschiede geen verzoening, dan schaduwachtige:
maar in 't bloed van JC is de waare vergevinge der zonde,
en zijn vleesch is waarlijk zielespijs.

Zulk een nieuw verbond, en volle vergevinge der zonden, door het bloed des verbonds, beloofde G d:
ik zal over 't huis Israels, en over 't huis Juda, een nieuw verbond oprechten, zegt de Heere:
ik zal hunne ongerechtigheid vergeven, hunnen zonden niet meer gedenken.
Die groote zoendag moest door 't zoenbloed van den waaren Hoogepriester aangebragt worden:
gelijk de Jooden zeggen, dat de Hoogepriester op den zoendag, na 't volvoeren van 't zoenwerk,
ter gedachtenisse, dat hy zulks gelukkig had volbragt, voor zijne vrienden eenen prachtige maaltijd bereidde: zo kan ook geen Jood vremd vinden, dat JC de waare Hoogepriester,
ter gedachtenisse van de toegebragte verzoening, een gedenkmaal instelle,
dat alle eeuwen verduren moet.

Maar dat een Wetpriester zijn vreugdemaaltijd, na 't volbrengen van 't zoenwerk aanrechtte,
was om de hachelijkheid des uitslags, nadien 'er sommige Priesters by geval of anders onrein,
dat werk niet volbragt, maar met den dood gestraft, gestaakt & onuitgevoerd gelaten hadden:
doch in den Heere JC kan geen onreinheid gevreest worden,
noch eenige verhindering in hem plaats hebben,
nadien hy zich in den eeuwigen raad had aangeboden,
& van voor de grondlegginge der weereld opgeoffert;
ja schoon hy sterve, zal dat 't zoenwerk niet stremmen,
maar volmaken, & hy dus niet z'n eigen bloed ingaan in 't tegenbeeldig Heiligdom daar boven,
& de weereld verlaten, & ons tot zich nemen.


{Yesjayahoe 49:24 e.v.}
"Alsof 'n strijder zich z'n buit laat afnemen!
Kunnen gevangenen soms ontkomen aan 'n rechtvaardige {tiran}?"

Toch zegt de HEER: Gevangenen
worden de strijder ontnomen,
de tiran zal zijn buit verliezen.
Wie 'n geding voert tegen jou zal ik in 'n
geding bestrijden, & ikzelf zal je kinderen redden.
Ik laat je onderdrukkers hun eigen vlees eten, hun eigen bloed is de wijn die hen dronken maakt.
Dan zal iedereen erkennen dat ik, de HEER, jouw redder ben, jouw beschermer, de Machtige van Ya'akov.
DIT zegt de HEER:
Waar is die scheidingsbrief waarmee ik jullie moeder heb weggestuurd?
Of waar is de schuldeiser aan wie ik jullie heb verkocht? Nee,
vanwege jullie zonden zijn jullie verkocht, vanwege je wandaden is je moeder weggestuurd.
Waarom was er niemand toen ik kwam? Waarom antwoordde niemand toen ik riep?
Zou m'n arm tekort zijn om te bevrijden? Ontbreekt het mij aan kracht om te redden?
Alleen al door het dreigen laat ik de zee droogvallen &
vorm ik rivieren om tot woestijn, waarin de vis stinkt door gebrek aan water en van dorst sterft!
Ik kan de hemel in duisternis hullen en hem bekleden met een rouwgewaad!


G d, de HEER, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.
Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen. G d, de HEER,
heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben
niet teruggedeinsd. Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mijn baard uittrokken,
bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden.
G d, de HEER, zal mij helpen, daarom word ik niet gekwetst en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan. Hij die mij recht verschaft is nabij.
Wie durft tegen mij een geding
aan te spannen? Laten we samen voor het gerecht verschijnen.
Wie is mijn tegenstander in deze zaak? Laat hij mij tegemoet treden. G d, de HEER, zal mij helpen ~
wie zal mij dan veroordelen? Mijn belagers vallen uiteen als een kledingstuk,
als een gewaad dat ten prooi is aan de motten.


Wie van jullie heeft ontzag voor de HEER?
Wie luistert naar de stem van zijn dienaar?

Hij die door de duisternis gaat en geen licht meer ziet,
en die dan vertrouwt op de naam van de HEER en vertrouwen stelt in zijn G d.

Maar jullie allen ontsteken vuur en wapenen je met brandpijlen.

Ga door de gloed van dat vuur,
brand je aan je eigen pijlen!

Ik ben het die jullie dit laat overkomen,
in vreselijke pijn zul je bezwijken.


Het lijkt wel
of het steeds dieper en hoger gaat
!


En 't is niet altijd even makkelijk te volgen & uit te leggen?

Maar 't blijft wel aansprekelijke figuurlijke beeldende taal!

Onvermijdelijke zeggingskracht
en van alle tijden.


Ik ga slapen
want ik ben moe:

sluit m'n beide oogjes toe,
't boze dat ik heb gedaan

zie 't Here mij niet aan!


Sleep well!


Dream sweet?
And tell us all
about it.
Tomorrow
or later.

blozen

11 jun 2008 - bewerkt op 12 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende