allicht

Kortom:
al deze
gegevens wijzen erop
dat spirituele, dan wel
religieuze ontvankelijkheid
een biologische
basis heeft
!




HOE
moeten we
die biologische gegevens
theologisch inter-
preteren?

Atheisten
beschouwen ze
als een triomf voor
HUN
opvattingen.
Religiositeit is door dit soort van onderzoek
dan ook definitief herkend als een
'brain state'
:
een product van ongewone, misschien zelf wel zo nu en dan
pathologisch te noemen hersenactiviteit.

Begrippen als G d & metafysische werkelijkheid
zijn verzinsels waar een denkend mens zich nu voortaan maar beter
dan ook verre van moet houden:
't zijn meestal groteske misinterpretaties van de belevings-
effecten van dat soort van toestand
van het brein.

Er bestaat
geen werkelijkheid
buiten de materiele, meetbare wereld.
Sommige hersenonderzoekers menen
dat wat we religieus geloof noemen een
brain state

is.
En weer andere moleculair biologen veronderstellen dat als die vage ziel
op een gegeven moment nog het enige is wat de religies nu nog staande kan houden,
dat een klinkende overwinning zou kunnen betekenen of reeds betekent voor 'de wetenschap':
volgens hen kunnen we voortaan die oude strijd tussen wetenschap
en religie dus wel als gestreden beschouwen?
Ik ben het duidelijk met deze visies oneens.
In de eerste plaats worden wetenschap en religie
weer eens tegenover
elkaar gesteld.

Dat is onjuist!

Ze staan immers naast elkaar
[altijd al!] & ze vullen elkaar aan [nu meer dan ooit?]!
De ene vraagt naar het hoe van het bestaan ~ naar structuur, naar oorzaken ~
en de ander naar het waartoe, naar de zin en de betekenis ervan.
Homo sapiens heeft zowel het vermogen gekregen te denken als om te geloven.
Zolang hij psychisch gezond is, weet hij immers best wel [dat is duidelijk]
waar het ene ophoudt en
het andere begint?!

Een evolutiebioloog
vatte het verschil tussen beide terreinen in een aforisme samen:

"Science studies how the heavens go,
religion how to go
to heaven
!"


Polarisering van die twee
schept een artefact: de idee dat wetenschap
een klinkende overwinning heeft behaald of nog zal gaan behalen op religie
getuigt van een tamelijk benauwde & nogal
benauwende materialistische visie
op het leven!

In de tweede plaats
ben ik het oneens met die atheistische interpretatie
van de neurologische gegevens.

Die luidt:
religiositeit gaat gepaard met meetbare veranderingen
in bepaalde hersenfuncties.

Religiositeit
is dus het product van biologische processen
in de hersenen.

Die conclusie is een misvatting!

Of op z'n minst
een verschrikkelijke versimpeling
van hetzelfde soort als de uitspraken van een willekeurige
extreem religieuze fanaticus die zijn visie op g d aan alle mensen op wil dringen?
Religiositeit veronderstelt enige hersenactiviteit.
Dat spreekt vanzelf.

Religiositeit is boven alles
een vermogen tot een bepaald
soort van beleven.

Beleven
is afhankelijk van
functionerende hersenen.

Zonder hersenen
zou er geen beleven mogelijk
[meer] zijn.

Dit betekent echter niet
dat religiositeit in oorsprong
een biologisch verschijnsel is!

Hersenactiviteit
maakt het verschijnsel mogelijk,
is er een voorwaarde voor.

De oorsprongen ervan
liggen veelal echter vooral op psychologisch,
en niet op biologisch niveau?

Ik zei dat
dit veelal het geval is:
het activeren van 'religieuze hersencircuits'
KAN
in hoofdzaak biologisch
bepaald zijn.

Als gevolg van erfelijke factoren kan hun prikkelbaarheid verhoogd zijn.

Hierdoor zullen ze ook
door zwakke prikkels worden
ge[re]activeerd.

Of, omgekeerd,
hun prikkelbaarheid kan vertraagd & verlaagd zijn,
waardoor het individu onvermogend of minder vermogend zal zijn
tot [enig] religieus beleven?

Een tweede biologische mogelijkheid is,
dat 'religieuze circuits' verhoogd prikkelbaar zijn als gevolg van hersenletsel
of door een tumor in de hersenen,
ook daarvan zijn enkele
gevallen bekend!

Deze mogelijkheden zijn echter meestal heel zeldzaam.

In de meeste gevallen
zullen psychologische processen
de 'religieuze circuits' activeren en de corresponderende emoties en ervaringen [kunnen] opwekken,
niet een afwijking in de structuur of de functie van de hersenen;
in het algemeen zijn het dus die psychologische processen
die religiositeit [kunnen] 'dragen',
bestendigen & doen
'groeien'!

De mens
kent nu eenmaal spirituele behoeften
[van de allereerste aanvang af aan?!], en die kan hij bevredigen
door religieuze gevoelens en overwegingen
op te wekken.

Dat alles kan
omdat ons brein alreeds over de hiertoe benodigde circuits
van zenuwcellen beschikt.

Die circuits
zijn op zichzelf niet de oorsprong van religiositeit,
zij zijn slechts een intermediair tussen bepaalde psychologische behoeften
en hun gevoelsmatige
bevrediging.

Tot slot
nog een kleine analogie ter toelichting
[en dan eindelijk naar bed!]?

Het waarnemen
van [o.a.] een kunstwerk
kan [o.a.] esthetische gevoelens oproepen,
dat is bekend?

Aan die gevoelens
ligt dan ook zonder twijfel
activering van bepaalde neuronale circuits
ten grondslag!

Die activering
is dus weliswaar essentieel voor hun ontstaan,
maar zegt helemaal niets over de bron van die gevoelens en gewaarwordingen,
het kunstwerk zelf [of wat dan ook], noch over de esthetische hoedanigheid van het individu,
dat [bijvoorbeeld] dit kunstwerk
waarneemt.

Studie daarvan
vereist methoden die met de neurobiologie
helemaal niets uitstaande
hebben!

Voor
zover [tot
op heden, vandaag
de mydidag] bekend, ontbreken
deze 'menselijke religieuze circuits'
in de hersenen van [andere] dieren [in die mate],
maar ze kwamen wel tot ontwikkeling bij homo sapiens,
omdat ze ons tot nut waren: ze bevorderen
onze aanpassing aan het bestaan,
en dat 'nut' kan dus ook
in psychologische termen
beschreven worden.
17 dec 2007 - bewerkt op 04 okt 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende