AK371b We moeten aldus de confrontatie met 't dode
SYMBOOL
AANGAAN OM
'de g d te kunnen vinden
die verschijnt als god is verdwenen in de angst van de twijfel'!
Tillich noemde god graag de grond van het bestaan: zoals het atman in de Oepanisjaden,
die identiek was aan het BRAHMAN maar ook de diepste kern was van het individuele ik,
is wat we 'God' noemen dé gròndslag van ons bestaan.
't Gevoel om deel uit te maken van god hoeft ons dus niet te vervreemden van onze natuur of de wereld,
zoals de 19e-eeuwse atheisten meenden, maar brengt ons terug bij onszelf.
Tillich beschouwde, net als Bultmann, de ervaring van 'ZÍJN' echter níet als een wonderlijke toestand:
het verschilde niet van onze andere gevoels- of intellectuele ervaringen, omdat het daarin opging en er niet van te scheiden was,
dus kon je niet zeggen:
'Ik heb nú een "spirituele" ervaring!'
Er was geen speciale aanduiding voor het bewustzijn van Gòd, maar dìt was essentieel voor gewone emoties als moed,
hope of wanhoop.
PT
noemde G d
ook 'de ultieme zorg';
net als RB geloofde hij dat we het goddelijke ervaren door onze absolute overgave aan de ultieme
waarheid, liefde, schoonheid, rechtvaardigheid en
medeleven ~ zelfs als we
daarvoor ons eigen
leven moesten
opofferen.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende