DAT
DE NIEUWE
FYSICA ZICH GOED
VERHIELD MET HET GELOOF,
OOK AL HAMERDE EINSTEIN EROP
DAT RELATIVITEIT EEN WETENSCHAPPELIJKE THEORIE WAS
DIE NIETS TE MAKEN HAD MET RELIGIE.
Daarom haalden ze gretig zijn beroemde uitspraak aan, gedaan tijdens 'n discussie in Brussel (1927) met Niels Bohr:
hoewel de kwantummechanica 'beslist indrukwekkend' was, 'fluistert een stemmetje me in [...] dat zij ons geen stap dìchter
bij het geheim van de Oude brengt. Ik ben er in elk geval van overtuigd dat hij níet dobbelt!' Maar Einstein bedoelde daarmee niet
de persoonlijke Gòd; híj gebruikte de term 'de Oude' ('n middeleeuws kabbalistisch beeld) om de ònpersoonlijke, kenbare & immanente orde van wat bestaat te symboliseren. de Britse astronoom Arthur Stanley Eddington zag relativiteit echter als een bewijs voor
het bestaan van een verstand in de natuur; kanunnik Arthur F. Smethurst zag het als een manifestatie v/d Heilige Géést;
weer anderen beschouwden het nieuwe TIJDSBEGRIP als 'n bevestiging van 'n leven ná de dood; de bigbangtheorie zou
't Verhaal van Genesis staven; èn sommigen slaagden er zèlfs in om de onbepaaldheid v/d kwantummechanica als een
Bewijs voor Dé Voorzienigheid te zien? Àl dìt soort creatieve speculaties waren niet erg doordacht! Deze apologeten
interpreteerden de oude Bijbelse symbolen veel te letterlijk, gebied door 'n behoefte aan 'wetenschappelijk bewijs'.
Max Planck had een ietwat verstandiger kijk op de relatie tussen wetenschap & religie? Die twee waren best wel
verenigbaar: wetenschap hield zich meestal vooral bezig met de

objectieve, materiële Wereld & Religie
hoofdzakelijk met Waarden & Ethiek! De wrijving tussen die twee was ontstaan doordat de mensen 'de
beelden & parabels v/d religie verwàrden met
wetenschàppelijke uitspraken'!
Hóe dan ook, 't BLÍJFT
boeiend, interessant, mysterieus, verhelderend:
lichamelijk, geestelijk, psychologisch èn universeel symbolisch ~
myDi wèrkt voor wie eerlijk, open, vrij
& 'mens wil worden'.