meende
dat radicaal atheïsme té dogmatisch was, omdat het metafysische uitspraken deed over het niet-bestaan van God op grond van on-voldoende tastbare bewijzen: waarschijnlijk was Huxley verantwoordelijk voor de term 'agnostisch' (een woord dat ontleend is aan het Latijnse
agnosco, 'ik weet niet'

, die omstreeks 1865 geïntroduceerd werd.
Huxley beschouwde het agnosticisme niet als een geloof, maar als een methode. Het was eenvoudig om aan de voorwaarde van agnosticisme te voldoen: 'Pretendeer in zaken van het intellect niet dat conclusies zeker zijn waarvoor geen bewijs geleverd is of kàn worden geleverd!'
Aangezien ze allemaal deze principiële zwijgzaamheid aan de dag hadden gelegd, terwijl ze een absolute zekerheid van de hand wezen, waren Socrates, Paulus, Luther, Calvijn & Descartes allemaal agnostici geweest? 't Agnosticisme was nu 'het basisprincipe van de moderne wetenschap'!
Maar Huxley zag ook het wetenschappelijk rationalisme als een nieuwe seculiere religie waarvoor 'bekering' & totale toewijding nodig waren: men moest immers kiezen tussen de mythen van de religie en de waarheden van de wetenschap!? Er leek nog geen compromis mogelijk: 'De ene of de andere móet wíjken ná 'n strijd van onbekende duur!'
Huxley verkeerde duidelijk in de veronderstelling dat hij in een gevècht verwikkeld was.