WICK
(1785~1873)
OMSCHREEF DE WETENSCHAP
ALS 'DE BESCHOUWING VAN ALLE ONDERWERPEN,
ZIJ HET VAN PURE DAN WEL GEMENGDE AARD, DIE
KUNNEN WORDEN ONDERWORPEN AAN METING EN BEREKENING'!
Híer viel god duidelijk níet onder: vanwege de fantastische vorderingen in de technologie
stonden de wetenschappers in nòg hoger aanzien dan voorheen ooit het geval was geweest?
Wétenschap leek dé belichaming van voorúitgang: wetenschap was wèlomlíjnd, nauwkeurig èn accuráát, vergaarde WÁÁRHEID op een zeer methodische & doelgerichte wijze, bewéés haar theorieën, corrigeerde aan de lopende band eerdergemaakte fouten (?) èn ging al-dus nijver onverdroten alsmaar vèrder èn vèrder in de richting van dé tóekomst?!
In andere disciplines werd men in toenemende mate beïnvloed door de positivistische waarheidsstandaard omdat men onder de indruk was van deze nieuwe professionele nauwkeurigheid & dolgraag delen in het prestige van dé wétenschap! Liefst ook nog wel graag com-pleet met toga, baret, trompet, optocht, parades, uniformen, toespraken, prijsuitreikingen, banketten, drinkgelagen, vrije vrouwen en 't beschikbaar stellen van knapen & maagden voor de speciale liefhebbers van anarchistische liberalistische sadomasochistische feesten & partijen, bedankbonussen, aanmoedigingspremies, aandeelhoudersbankrekeningen, vetleren medailles & eeuwenoude prullenpruiken ...