GEORG
WILHELM FRIEDRICH
HEGEL BLEEF VOLLEDIG
TOEGEWIJD A/H VERLICHTINGSIDEAAL VAN OBJECTIEVE KENNIS,
maar zou mèt BLAKE ingestemd hebben dat de extern gemaakte god
zijn afzondering moest verliezen & zich onderdompelen in de aardse realiteit!?
Mensen hadden gedachten
en wensen die hun rationele bevattingsvermogen te boven gingen,
en ze hadden hier al vanouds uiting aan gegeven in de mythos van de religie:
maar nú was het mogelijk om deze gedachten en wensen
ook filosofisch te herformuleren.
In z'n
Fenomenologie van de geest (1807)
betoogde Hegel dat de ultieme werkelijkheid,
die HÍJ "GEIST" ("Geest" of "Réde"
noemde, niet 'een' wezen was,
maar 'HÈT innerlijk wezen van de wereld'; dat 'wat in essentie bestaat'!
Hèt was dus hèt ZÍJN zèlf?!
Hegel ont-
wikkelde een filosofische visie
die deed denken aan de joodse kabbala.
Het was een vergissing
om te denken dat Gòd BÚITEN déze zg. 'onze' wereld was,
een toevoeging aan onze ervaring. Dé Géést WÀS onlosmakelijk verbònden met de natúúrlijke & de mènselijke we-
reld, en kon alleen nu nog zo maar vervulling bereiken in 'n eindige werkelijkheid. Dìt was vlg. Hegel dé
wáre betékenis v/d christelijke leer v/d 'vleeschwording'!? Daarentegen konden de mensen pas
wanneer ze het vervreemdende idee van afzonderlijke, extern gemaak-
te god verwierpen, de goddelijkheid ontdekken
die inherent aan hun eigen áárd was,
OMDÀT
de Universele Géést
't verst 'gerealiseerd' was in
het menselijke(r)
denken.