LUDWIG
VON ZINZENDORF
(1700-1760) STELDE
dat het geloof 'niet in de gedachten
of in het hoofd, maar in het hàrt' berustte!
G d was geen objectief feit dat logisch kon worden aangetoond,
maar juist 'een aanwezigheid in de zíel'!! De traditionele leerstellingen waren niet alleen kenbare waarheden:
als ze niet in de praktijk van het dagelijks leven tot uiting gebracht werden, dan bléven ze immers slechts een dóde lètter?!
Academici vermaakten elkaar & elk ander alsmaar door 'te blijven keuvelen (& ouwehoeren) over de mysteriën v/d Dríe-Éénheid',
maar de wáre betékenis van die leer lag in spirituele oefeningen: die 'vleeschwording' was géén historisch féit in het verre verleden, maar gaf alleen maar uitdrukking aan het mysterie van de Nieuwe Geboorte binnenin het individu & z'n bijbehorend gedrag!?
Piëtisten die kózen voor deze 'religie van het hart' waren níet in opstand tegen de rede: ze weigerden alleen maar om hun geloof te re-duceren tot 'n lóuter intellectuéle overtuiging; John Wesley (1703-1791) was gefascineerd door die verlichting en probeerde een weten-schappelijke & systematische 'methode' op z'n spiritualiteit toe te passen: zijn methodisten volgden zodoende
'n erg strikt systeem van gebed, Bijbelstudie, vasten èn Goede Werken,
maar hij hield vòl dat religie géén léér v/h hóófd was,
maar 'n licht ìn ons hart!
Als
klein jochie
was Mor ook
al danig gefascineerd door
'dat soort dingen', boeiende gewaarwordingen,
onbedwingbare reislust & groot verlangen naar z'n
wereldwijde 'verre' ("OM"

~
trektochten
...