ALS
ZE NADENKEN
OVER HET UNIVERSUM,
GAAN FYSICI DE MENTALE STRIJD
AAN MET DE ONPEILBAAR ONBEGRIJPELIJKE,
DUISTERE EN ONGESCHAPEN REALITEIT: DAT IS DE ONKENBARE WERKELIJKHEID
DIE THOMAS ZIJN LEZERS VRAAGT TE CONFRONTEREN DOOR HUN INTELLECT
VÓÓRBÌJ DE GRENS V/H MOGELIJKE
TE DWINGEN.
TVA zou zeggen
dat we weten dat we over 'God' spreken
als onze taal níet méér vòldóet èn onze wóórden
ons i/d steek laten.
Of,
zoals een moderner theoloog ons voorhoudt:
'Deze reductie van spreken naar zwijgen is wat "theologie"
genoemd wordt!'
Niet-wéten
was géén reden tot frustratie. Zoals Thomas lijkt te willen zeggen:
mensen kunnen vreugde vinden in de ontwrichting
van hun redelijke vermogens?
TVA verwachtte níet van z'n studenten
dat zij in Gòd 'gelóófden': hij gebruikt het woord 'credere'
nog steeds i/d betekenis van vertrouwen of engagement & definieert geloof als 'het vermogen om de oorspronkelijkheid
v/h transcendente te er-kennen (ASSENTIRE), om zó ònder de oppervlàkkigheid v/h LÉVEN te kunnen kijken
& 'n geheiligde dimensie wáár te nemen die éven wèrkelijk is ~ wèrkelijker zelfs dàn ~
alles wat we ooit ervaren hebben.
Deze 'erkenning'
behelst géén intellectuele onderwerping:
het werkwoord ASSENTIRE BETEKENDE ÓÓK
'vreugde vinden in' & was gerelateerd
aan ASSENSIO ('applaus'

!
Gelóóf was ons vermogen
om de níet-empirische werkelijkheden i/d wereld op waarde te schatten
ÈN als bròn van vreugde te zien &
te blijven ervaren.