ak135 de misjnah klampte zich niet angstig vast
aan de Hebreeuwse Bijbel, maar hield trots afstand & citeerde zelfs maar sporadisch uit de oude geschriften. Ze leek het niet nodig te vinden woorden vuil te maken aan haar relatie tot de mozaïsche traditie, maar ademde vanzelfsprekendheid en de volle overtuiging dat de EIGEN autoriteit níet ter discussie stond! De rabbijnen bleven de oudere geschriften liefhebben en hielden ze in ere, maar wisten ook dat de wereld die ze vertegenwoordigden voor altijd verdwenen was: net als de joodse christenen namen ze eruit over wat ze meenden nodig te hebben en legden de rest eerbiedig terzijde. Religie moest vrijelijk vooruitgang kunnen boeken zonder te worden beperkt door misplaatste loyaliteit aan het verleden.
Goddelijke openbaring,
zo besloten ze, was in twee vormen tot hen gekomen:
deze geschreven Thora èn een voortdurende gesproken Thora,
die zich van generatie op generatie ontwikkelde. Allebei waren ze heilig,
allebei kwamen ze van 'g d', maar de rabbijnen hechtten groter waarde aan de gesproken Thora dan
aan welke geschreven tekst dan ook, want deze levende traditie weerspiegelde de veranderingen
in het menselijk denken en zorgde dat 'Het Woord'
zich aan veranderingen aanpaste!!
Té grote afhankelijkheid van een geschreven tekst kon inflexibiliteit tot gevolg hebben, alsook een timide terugkijken op het verleden?!
De inzichten van alle joden -
in verleden, heden & toekomst -
waren al tijdens de openbaring op de Sinaï symbolisch voorzien,
dus toen ze gezamenlijk in hun studie- & leerhuis de gesproken Thora ontwikkelden,
hadden de rabbijnen het gevoel alsof ze naast Mosjeh op de bergtop stonden (zie ook
Sinaï 1969/'70 & '92!) & deel hadden aan 'n eindeloze conversatie
met de grote wijzen uit het verleden & met hun G d:
ze waren er zeker van
dat ze evenzeer de ontvangers waren van g ds woord
als de oude profeten
& patriarchen.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende