ak106b in De Republiek, Plato's beschrijving
VAN
DE IDEALE
POLIS, BESCHRIJFT HIJ
HET PROCES VAN DE FILOSOFISCHE INWIJDING
IN ZIJN BEROEMDE ALLEGORIE
OVER DE GROT.
Hij stelt zich een groep mensen voor
die al hun hele leven in een grot vastgeketend waren
met de rug naar het licht gekeerd, waardoor ze alleen nog maar de schaduwen konden zien
die voorwerpen in de buitenwereld op een muur wierpen: het is een voorstelling als van de mens in onverlichte staat.
We zijn zó gewend aan ons beperkte zicht dat we, net als die geketenden, aannemen dat aldie vluchtige schaduwen die we zien de enige echte werkelijkheid zijn? ÀLS die gevangenen naar de bovenwereld meegenomen zouden worden,
dan zouden het licht, de helderheid en de levendigheid van wat ze dàn zouden zien
hen waarschijnlijk volkomen verwarren
& doen duizelen!
't Zou hen mogelijkerwijs
allemaal tèvéél worden en ze
zouden terugverlangen naar hun voormalig
schemerig bestaan? Ze moesten
dus de gelegenheid krijgen
om langzaam aan hun
nieuwe Werkelijkheid
te wennen.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende