AK 367 Na de 2e WO worstelden er meer filosofen en

theologen met het concept Gòd: ze probeerden het te redden van het biblicisme dat het ongeloofwaardig gemaakt had.

Daarbij wekten ze vaak oudere, premoderne manieren tot leven om over 'tbgoddelijke te denken en te spreken.

Wittgenstein veranderde zo op oudere van mening. Hij geloofde niet meer dat taal alleen maar feiten moest weergeven, maar erkende dat woorden ook konden bevelen, veel beloften konden doen/verbreken en emoties konden uitdrukken.

Hij keerde zich af van het vroegmoderne streven naar één ÈNKELE methode om te waarheid te willen bepalen & verklaarde nu dat er 'n oneindig groot aantal sociale discoursen mogelijk was: elk daarvan was zinvol op eigen wijzen - maar alleen binnen de eigen context ...

't Was daarom een ernstige vergissing om van het religieuze geloof 'een bewijskwestie te maken vergelijkbaar met de wetenschap als bewijskwestie', omdat de theologische taal 'op een geheel ander niveau' werkte.

Positivisten & atheisten die de normennvannde wetenschappelijke rationaliteit en gezond verstand op de religie toepasten en de theo-logen die Gods bestaan probeerden te bewijzen, hadden allemaal 'oneindig veel kwaad' gedaan, aangezien ze ervan uitgingen dat Gòd 'n externe factor was - eenieder dat voor Wittgenstein onaanvaardbaar was! 'Als ik God zag als een ander wezen buiten mijzelf, maar wel oneindig veel machtiger,' zo betoogde hij, 'dan zou ik het als mijn plicht beschouwen om hem uit te dagen!'

Religieuze taal was in wezen symbolisch: het was 'weerzinwekkend' als taal letterlijk werd geinterpreteerd, maar symbolisch had zij de macht om een transcendente werkelijkheid kenbaar te maken, net zoals bv. ook de verhalen van Tostoj e.d. dat deden? Of 't myDiisme.
26 sep 2013 - bewerkt op 30 sep 2013 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende