(ka 153) 't 'Principe van welwillendheid' en de 'wetenschap van compassie' zijn beide van cruciaal belang bij elke poging om uitspraken en ideeën te begrijpen die in eerste instantie verbijsterend, verontrustend en vreemd lijken. We moeten de context herscheppen waarin dergelijke woorden worden gesproken - historisch, cultureel, politiek, intellectueel - deze diepgaander onderzoeken en ons begrips-vermogen tot het punt voeren waarop we in staat zijn tot 'n 'rechtstreeks menselijk inzicht in wat 'n bepaald standpunt betekent' ...
Met dit nieuwe empathische begrip van de context kunnen we ons voorstellen dat we zelf in vergelijkbare omstandigheden 'hetzelfde ervaren'. Met andere woorden: we moeten zien waar mensen vandaan komen. Op deze wijze kunnen we ons perspectief verbreden en 'ruimte voor de ander' maken. We kunnen deze imperatief van compassie alleen negeren als we anderen níet willen begrijpen - 'n op-stelling die in ethisch opzicht problematisch is ...
Er zijn natuurlijk tijden dat we assertief moeten zijn. Zelfs als we dit proces hebben doorlopen en de context begrijpen waarbinnen 'n terrorist zijn plan heeft opgevat, kunnen we nog steeds niet, als we de gulden regel als criterium hanteren, de actie goedkeuren waarvoor hij heeft gekozen. We hebben echter wel onze horizon verbreed door 'n op informatie gebaseerd inzicht te ontwikkelen in de mogelijke frustratie, vernedering en wanhoop van zijn situatie ...
We kunnen nu meevoelen met de moeilijke omstandigheden waarin veel van zijn onschuldige land- of geloofsgenoten verkeren, die 'n vergelijkbare ervaring hebben en niet tot misdadig geweld zijn overgegaan. Maar we moeten beslist nog steeds afstand nemen van zijn wreedheid. Ook mag 't 'principe van welwillendheid' ons niet passief en lethargisch maken tegenover het onrecht, de wreedheid en de dis-criminatie. M'n ogen laten me in de steek dus ik moet stoppen nu: misschien tot straks of later - ik ga naar dromenland.
