Maar
volgens hem
was Yoseef van Har Matai
RECHTVAARDIG en GOED, en
VERWACHTTE HET
"G DSRIJK"?
WELDAADIG,
HOOGACHTBAAR, DEFTIG,
"G DDIENSTIG", IEDER HET ZIJNEN GEVENDE, NIEMANT VERONGELIJKENDE,
OPRECHT IN HANDEL EN WANDEL, EN OVER ZULKS
VAN IEDER GEACHT EN BEMIND!
En dat zijne gerechtigheid beter,
als der Schrift- en Wet-geleerden was, blijkt uit zijne hoogere bedoelingen, want hy den Messias, of 't Koninkrijk G ds verwachtte, en Yehosjoea voor dien lang-beloofden Heiland had aange-nomen, hoewel bedektlijk. De tekenen der tijden wist hy t' onderscheiden; de schoole der genade was z'n oeffenplaats:
de Leeraar der gerechtigheid
zijn Leermeester geweest!
Zulker was een klein getal,
& echter Sjim'on onder hen, die zo volvrolijk het wonderkind van MIRYAM omhelsde, & wenschte ontbonden te zijn, nu hy die zaligheid en Zaligmaker gezien had. Die zaligheid ziet Yoseef aangebragt, dien Zaligmaker ziet hy gestorven: maar schaamt zich niet hem nu te erkennen, dien hy in zijn leven vreesde te belijden!
Was 't iets zeldzaams, dat een rijk mensch in 't Koninkrijke G ds inging?
Hoe verwonderenswaardiger was 't,
dat nu deeze grootachtbaare RAADSHEER alles opzette,
om dien verachten, bespotten, & gekruisten YESJOEA? Weshalven ook de H. Euangelist die zeldzaamheid uitdrukt, door 't verwonderwoordeken: ZIET, als hy zegt: ZIET, EEN MAN MET NAME YOSEEF, ZIJNDE EEN RAADSHEER. Als wilde hy zeggen: ZIET een wonderlijk en zeldzaam voorval, een rijk en aanzienlijk man
stelt goed, en staat, en aanzien in de waagschaal,
en begeeft zich tot den Landvoogd.
En waar toe toch?
We'll see!
