97/98cpoQ: ze trokken als nomaden met ezels ~~~~~~
door een uitgestrekte, verschrikkelijke woestijn met ruige bergen en door dalen omringd met enorme, steile, granieten rotsen ~~~~~~
Vaak was de bodem van zo'n dal bezaaid met stenen & rotsblokken die door winterregens waren losgewoeld en die naar beneden spoel-den bij stortbuien die opeens rivieren vormden ~ elk daarvan een woest stromende EUFRAT of TIGRIS die met immense kracht neer-stortte door de bergspleten, kloven uitschuurde in de bergen en in de grond van de dalen. Ze gingen in de nazomer op pad. Iedere dag brandde de droge, meedogenloze hitte: de zon versneed het landschap tot geometrische patronen van licht & schaduw. De nachten waren ijzig. Er was weinig water. Elf dagen na hun vertrek van de berg Sinai kwamen ze bij de oase Kadesj~Barnea met z'n zoetwaterbronnen & de vruchtbare vlakte, als we afgaan op Deuteronomium 1:2; Numeri 33:37-38 bericht ons dat ze ongeveer 40 jaar na hun vertrek uit Egypte bij Kadesj aankwamen & uit Die Tocht door de woestijnen kwamen verschillende overleveringen voort.
De nomadische stammen die leefden in de randgebieden van de Vruchtbare Halve Maan & afkomstig van de onafzienbare zand~zeeën van de Syrische & Arabische woestijnen, begonnen in die tijd allemaal wat ongeduriger te worden! Bevolkingsgroei? De niet-aflatende aantrekkingskracht die de geves-tigde steden & 't groene land uitoefenden op de door de zon verblinde ogen van de hongerige bedoeïenen? We weten het niet! Er trokken stammen naar het noorden ~ Arameeërs werden ze genoemd.
Ongeveer 1000 jaarvoor had ook al 'n andere golf van semi-nomadische stammen de Vruchtbare Halvemaan overspoeld & de wereld van Sjoemeria, Akkad & Kena'an verzwolgen. Dat waren toen de Amorieten geweest! Avra(HA)m & zijn families kwamen eveneens in het voetspoor van die amoritische volksverhuizingen Kena'an binnen. Nu woon-den de Amorieten in de gevestigde steden op de groene aarde. En de arameeërs begonnen op te dringen: temidden van deze Aramese rusteloosheid bevonden zich de mensen die nu zo hier en daar hun tenten opsloegen @ Kadesj~Barnea, de stammen der Israëlieten ~~~
Ze leidden 'n semi~nomadisch bestaan, aanbaden hun g d, weidden hun kudden ~ zoals de bedoeïenen nu ook nog steeds zo doen ~~~
Ze wierpen hongerige blikken op het rijke land dat hun 'nieuwe g d' aan hen had beloofd: ze stuurden verspieders op pad, voerden een aanval uit, een poging om het land vanuit het zuiden binnen te dringen. Ze werden teruggeslagen door de amoritische inwoners van de stad Arad & onder aanvoering van hun koning zwermden die stadbewoners
de Israëlieten als 'n zwerm bijen tegemoet.
De veldslag werd
een ramp
...
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende