96/97/98flQ: sofistische weerleggingen
'Socrates nam altijd de rol van ondervrager op zich, nooit die van degene die antwoord geeft, want hij gaf toe dat hij niets wist,' merkt Aristoteles op. 'Hij brengt zijn tijd door met kinderachtigdoen met mensen,' klaagt Alcibiades. De vragen rijgen zich aaneen, naderen onmerkbaar hun doel, zonder dat de toon van Socrates verandert. "Mijn beste vriend," zegt hij telkens, terwijl hij zelfs zijn vurigste tegenstander bedankt voor zijn antwoorden, er een zwakke plek is ontdekt, waar hij onschuldig op wijst, & z'n gespreksgenoot prikkelt totdat deze in verlegenheid gebracht & ontmoedigd wordt, van z'n stuk raakt, z'n vertrouwen verliest, zijn eigen onwetendheid erkent & toegeeft dat hij niets weet. De generaal die moet vaststellen wat moed is, geeft zich uiteindelijk gewonnen, de theoloog weet niet langer wat vroomheid is & in Xenophons Herinneringen vraagt Hippias geërgerd aan de meester om op te houden met zijn ondervraging & eens & voor altijd te zeggen wat rechtvaardigheid is. Maar Soc laat het daar niet bij: rechtvaardigheid, zeg hij, kun je niet definiëren, want het is ondefinieerbaar, maar je beleeft het in je handelingen. Het waardestelsel van de gespreksgenoot stort plotseling ineen & dus begint deze daarom volgens Soc wijs te worden. Op dat moment wordt de dialoog niet afgebroken, maar is de beurt aan de andere partij & vanaf dan is het Socrates die redeneert & zijn gespreksgenoot die 'Je hebt gelijk' ten antwoord geeft, behalve als 't 'n onwillige sofist is want Soc verlangt eigenlijk naar deze instemming, waarmee hij steeds dieper op dezelfde vraag kunt ingaan voordat hij aan de volgende begint. Vooroordelen worden omvergehaald, verkeerde ideeën eveneens. Op grond van een onschuldige ondervraging opent de discussie zich in de geest van de ander. Dat is geen toeval: volgens Soc draagt iedereen de hele menselijke natuur in zich, die zich manifesteert op voorwaarde dat we in staat zijn om hem te observeren, te willen analyseren wie we zijn en wat we doen. Dàt is: 'KEN JEZELF', 't so-cratisch gebod ontleend aan de spreuk op de gevel van de tempel van Apollo in Delphi, waar de Pythia verkondigde dat Socrates de meest wijze man ter wereld was. Toch pretendeert deze filosoof, die de dialoog zo onvoorstelbaar ver heeft doorgevoerd, niet dat hij daar mee over kennis beschikt. Hij beweert of doet alsof hij beweert wat hij volgens hem dankzij zijn gespreksgenoot heeft geleerd door samen met hem de dialectische methode te volgen. Wist hij vantevoren hoe de discussie zou eindigen? Waarschijnlijk wel! Maar hij wist vast niet langs welke omwegen dat zou gaan.
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
-
O
24 jun 2024
47708156 Ondertussen werd Sja’oel overweldigd door
-
O
24 jun 2024
47707Ook ik moet bij dit myDiverhaal denken aan ‘t
-
O
24 jun 2024
47706155Dus in tegenstelling tot Sjmoe’ël, die was
-
O
23 jun 2024
47705 Dawiedewiedewied, De Tegenkoning voor onze
-
O
23 jun 2024
47704 154 Na ruim vier uur lezen & praten neemt Ad
-
O
23 jun 2024
47703 In ‘t Bijbelboek Sjmoe’el breekt de tijd aan
-
O
23 jun 2024
47702 Maar in het Verhaal is ‘t niet de Rechter…
-
O
23 jun 2024
47701152 De Profeet Sjmoe’el? ‘t Verhaal van David
-
O
22 jun 2024
47700151 In de Verhalen van en over YÈSJ in ‘t NOT
-
O
22 jun 2024
47699150/12Dawiedewiedewied, koning van Israël: zó
-
O
22 jun 2024
47698Is Mo dan wel zo’n heilige? Ook hij werd toch
-
O
22 jun 2024
47697149 BB, vanaf het Haegs Hubertusduin reageer
-
O
22 jun 2024
47696 Ik wil, zoals je weet, begrijpen in welke
-
O
21 jun 2024
47695 Mosjeh, Matai, Lama: waaròm, wanneer, hoe èn
-
O
20 jun 2024
47694148 G d is bij ‘m & ZÈGT: “Dit is ‘t Lànd dat
vorige
volgende