de wereld die hem (hèn/òns) heeft grootgebracht de eigenlijke gruwel is - niet zijn (hùn/onze) 'moorddaad'; dat slaven, hoe verhard hun gedrag ook mag zijn, anders zijn dan de kudde die hij hoedt, dat ze even menselijk zijn als de jonge Egyptenaren met wie hij op school zat; dat slavernij een verschrikking is & dat àlle god(inn)en die dat verschijnsel in stand houden gruwelijk zijn! Hij zal aandachtig kijken naar deze waarheid die hij bij de bron van z'n moorddaad heeft gevonden. Maar hij leeft in 'n wereld waarin het goddelijke nog de enige bekende van zg. 'nieuwe ideeën' is, daardoor ervaart hij het religieuze correlaat van dat plotsklaps visioen? 't Besef v/d onmenselijkheid van slavernij heeft als religieus correlaat 't bewustzijn van heiligheid van alle mensen & de godlijke opdracht om slaven te bevrijden & de gevangenen & verslaafden te verlossen! 'n Gevoel van afkeer v/d zichtbare menigte van afgoden die al die slavernij instandhouden heeft als religieus correlaat de overtuiging dàt zulke afgoden inderdaad àllemaal volkomen voos èn totaal vàls zijn!
Misschien mag ik me op dit punt de vrijheid veroorloven van een romanschrijver (zegt Chaïm Potok in z'n Omzwervingen): Mosjeh leefde tientallen jaren tussen de Midyanieten & er is maar één manier waarop we dieper kunnen doordringen in de ontwikkelingen in z'n geest tijdens die periode, nl. door 'n daad van Verbeelding? In 't besef dat we de werkelijkheid geweld aandoen, maar in de hope 't inzicht te vergroten, presenteer ik {CP} deze vereenvoudigde, schematische weergave van z'n gedachten, ook al vlak ik daarmee diverse kronke-lingen & waarschijnlijke onregelmatigheden af & ik maak van vele decennia vol doodlopende sporen & nieuwe paden één rechte weg ...
In 'de wereld van die tijd' kan het idee 'dat slavernij slecht is', alleen maar 'van 'n g d afkomstig' zijn. Wèlke god? In ieder geval geen E gyptische! 'n Kena'anitische god? EL & Ba'al die 'de slavernij verafschuwen'? Nee, 'n Nieuwe G d dus: 'n g d die Egypte verfoeit ~ 'n g d die zo'n hekel heeft aan die "Twee Landen" dat hij 'n man blijkbaar/schijnbaar zo'n 'opwelling' geeft om 'namens "HÈM" 'n Egyptenaar te doden'!? Wáár is dìe 'g d'? Hóe moet hij (zij/'t) 'genoemd' worden & waarom heeft 'hij mij' uitgekozen als instrument voor z'n/d'r daden?
't Is overduidelijk dat Egypte 'n Gruwel is in zíjn ogen ~ die dáár heersende fascinerende preoccupatie met 'de dood & met graven', de e-norm gigantische tempels & de belachelijk tragikomische veelheid aan afgoden/idols & bij-dolls

: kortom, 'hij' ('t) móet 'n 'g d' van Leven zijn, als hij 'de dood' zó verafschuwt; 't moet 'n 'g d van vrijheid' zijn, als hij die slavernij zó verafschuwt! Maar wat is die g ds naam ...?