76Qfl minachting of haat kan Soc echter niet dol
maken.
Ook angst
heeft op hem geen enkel effect.
Op 't moment dat hij de gifbeker leegdrinkt
& z'n vrienden met moeite hun tranen in-houden,
roept hij hen met 'n glimlach toe:
"VRIENDEN, WAAROM JAMMEREN JULLIE?
Laten we bidden tot de goden die over de reis wa-ken!" Overigens is hij bijzonder moedig: tijdens 'n veldslag trotseert hij, terwijl de andere soldaten op de vlucht slaan, 't gevaar om de jonge Alcibiades te redden, die deze gebeurtenis zó vertelt:
"HÍJ WAS HET DIE MIJN LEVEN REDDE. TOEN HIJ ZAG DAT IK GEWOND WAS WILDE HIJ ME NIET IN DE STEEK LATEN & VOORKWAM HIJ DAT IK MET MIJN WAPENS IN DE HANDEN VAN DE VIJAND VIEL!"
(Sym220).
Eigenlijk lijken alleen onwetendheid & domheid Socrates' schild te kunnen breken & hem uit z'n onverstoorbaarheid te brengen. Samen met Phaedrus huivert hij bij de gedachte aan de 'idiote redevoeringen' die sommigen afsteken. In Plato's Symposium probeert hij op ZÍJN manier de betogen die over de liefde worden gehouden onderuit te halen & daarbij kan hij z'n ergernis niet verbergen
...
De boeddhistische teksten hebben 't al net zo weinig over de onhebbelijkheden van Boeddha's persoonlijkheid als over z'n uiterlijk - & àls ze dat al doen, dan is dat heel omzichtig; als hij vrede heeft gevonden & boven z'n hartstochten is uitgestegen, kan hij vlg. de boeddhis-tische definitie van 'ontwaken' niet langer (meer) ten prooi vallen aan bevliegingen of worden geraakt door 't Leed v/h Leven
...
Dáárom worden er alleen i/d tijd vooràfgaand aan 'zijn ontwaken' gevoelens van gnot & verontwaardiging aan hem toegeschreven: de bitterheid v/h zinnelijk genot dat hij met tegenzin in 't paleis van z'n vader beleeft; z'n genegenheid voor z'n zoon; & de teleurstellingen in de eerste jaren van z'n Zoektocht, als hij a/d verzakers die hij achtereenvolgens tegenkomt, bekent: "IK BEN TELEURGESTELD DOOR DE ERVARINGEN DIE IK BIJ JULLIE TEWEEGGEBRACHT HEB!" DÀT zijn ongeveer de enige gevoelens of emoties die van hem bekend zijn. Zodra hij aan z'n bestaan als prediker begint, doen de boeddhistische canon & biografen hun best om hem voor te stellen als 'n man met 'n volmaakte zelfbeheersing, die onder alle omstandigheden onverstoorbaar onbewogen blijft, & nooit 'n voorkeur, verlangen of wens of genegenheid uitspreekt?!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende