68/69 waarom de blanken nog wreder zijn geworden?!
Tijdens
zijn bezoek
a/d zg. Indianen
in New-Mexico had Jung
eens 'n gesprek met één van hun opperhoofden,
Ochwiay Biano ('Bergmeer'
, dat hem veel dingen duidelijker maakte.
Ze zaten beiden op een bergrug boven de indianendorpen en zagen langzaam
de brandende zon hóger in de hemel stijgen. Na lang stilzwijgen nam Bergmeer de pijp uit z'n mond,
keek CGJ diep aan & met 't hoofd schuddend, zei hij:
~ Let eens òp hóe wreed de blanken eruitzien! Hun lippen zijn dùn, hun neus is schèrp, hun gezicht is doorgróefd met rimpels. Hun blìk stàr: 't is NÈT ÀLSÒF zij àltijd ÈRGENS naar op zóek zijn! Wàt zoeken zij? De blànken zijn àltijd ònvoldáán, slècht op hun gemàk, zenuw achtig ~~~ Wíj weten niet wàt zij wìllen: we begríjpen hen níet: wíj geloven dat zij gèk zijn! ~
- De blànken gèk? vroeg Jung. Maar wááròm? -
~ Zíj zèggen dat zíj met hun hóófd denken, antwoordde Bergmeer! ~
- Natúúrlijk, hernam Jung verrast. Wáár denken de Indianen dan mee? -
~ Wíj denken híer, zei Bergmeer & wees op zijn hàrt. ~
Jung was door dit antwoord zéér getroffen:
kunnen mediteren, kunnen zwijgen, zich kunnen verliezen in de natúúr,
dìt àlles staat de mens tóe
om ríjker te worden!
Deze 'Indiaan'
was zeker niet minder rijk dan die zakenman
die zó gesláágd was in zijn materiële leven
& meende de wereld te hebben getemd,
maar die tótáál géén
ìnnerlijk leven
had.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende