HAALDE DE VIJAND ONS IN EN DOODDE ZESENDERTIG VAN ONS: ik ontkwam ternauwernood omdat ik mijn paard de vrije teugel gaf & híj béter bij zijn verstand was dan ik bij 't mijne!
De vijand achtervolgde ÒNS niet làng omdat hij wìst dàt dáár, niet zo héél vèr WÈG, de enorme legermacht van Israël lag, & hij zich liever wilde sparen voor de komende, onvermijdelijke oorlog? Wij verzamelden ons, zodat we ordelijk zouden aankomen en niet als 'n stel geslagen honden!
Toen ik enigszins gekalmeerd was en mijn hart weer z'n normale ritme sloeg, gingen mijn oren ópen voor Bitya's STÈM. 'DÌT NÓÓIT WÉÉR!' zei ze. 'Van nú af aan wijd je je aan de bescherming van de mensen die onder jouw hoede zijn èn aan míj!'
Ik moest lang nadenken over het woord 'WIJDEN'! Ik begreep dat ik me kòn wijden aan het beschermen van mensen, maar hóe kòn ik me wijden aan een vrouw die dóód was? WÀT kòn dàt méér zijn dàn 't zorgvuldig onderhouden van haar nagedachtenis? Ik mèrkte dat ik meer wìlde dan dàt, ik zòcht náár dàt méér, maar kòn 't níet vìnden!
Ik wist alleen dar ik móe was van het DÓDEN èn dat Ìk me wilde wíjden aan Hèt Léven! 't Wàs dé vráág hóe Ìk dàt moest dóen ìn dìt vijandige Lànd?
We kwamen aan bij het Kàmpement en meldden onze 36 doden: Yosjoea was rázend; hij scheurde zijn kleren, wierp zich voor de ÀRK op de grònd èn gooide stòf over zijn hoofd! Hij bleef spartelend & kermend liggen tot de avond viel. Ìk sloeg hem verbaasd gade. Hij had een té kleine legermacht op Àï àfgestuurd, dàt was àlles?
't Léék mij geen àl te grote moeite omdíe fóut te HERSTÈLLEN door die in de eerste plaats te erkènnen, maar Yosjoea zàg dìt blijkbaar ànders?!