5gk128/29: Mérèd zei: 'Mosjeh, jij hebt gisteren ~
EEN MISDAAD GEPLEEGD VAN ONGEKENDE OMVANG. DAT IS ONVERGEEFLIJK! Ik zeg je dìt: àls er nòg één kéér iets dergelijks gebeurt dan ben jij met mijn volk in oorlog! En niet alleen met de mijne. DÀN ZÙLLEN alle stammen & volken tegen de jouwe opstaan!'
"IK HANDELDE IN OPDRACHT VAN GÒD!" zei Mosjeh.
'Dàt betwijfel ik,' zei Mérèd.
"DÀT BETWIJFEL JÍJ?" vroeg Mosjeh. "BEDOEL JE DAT IK LIEG?"
'Ik bedoel,' zei Mérèd, 'dat ik van mening ben dat jij misbruik hebt gemaakt van gòds NÁÁM òm er jouw misdaad mee te vergoeilijken: jij HÈBT in jouw drìft gewoon je KÒP verlóren!'
"HET DOET ME VERDRIET, MAAR HIEROVER ZULLEN WE HET NIET ÉÉNS WORDEN," zei Mosjeh! "ÌK HOU VÒL DÀT ÌK GEHANDELD HÈB IN OPDRACHT VAN GOD!"
'We hóeven 't niet ééns te worden,' zei Mérèd: 'Ìk ben gekómen om jou te waarschuwen. Wàt god jou àl dan niet opdraagt doet nu voor mij nu eenmaal helemaal níet ter zake; als je ooit nòg eens 't zwaard tegen òns opheft, ìs het ôôrlog tussen ons: misschien is de kiem van 'n stammenoorlog nú àl gelègd, ik HÓÓP van niet, maar 't zóu kùnnen! Ik we niet wat de andere stammen dènken, ik weet wèl dat de stèmming onder de Judeeërs & Bènyamíeten BÌTTER is! Ik wéét niet wàt er in de toekomst gebeurt, maar je zou er nu in ieder geval al wèl góed aan DÓEN om géén Vìnger meer naar òns òp te heffen èn zéker níet in naam van god, díe ìmmers dé GÒD ìs is van héél Israël & níet alleen van de priesterlijke stam van Levi!'
Mosjeh zweeg en Mérèd stond òp! 'Ìk ben klaar, ìk HÈB níets méér te zèggen,' zei hij. Mosjeh keek naar mij. "EN Ú MOEDER BITYAH?" vroeg hij. "HEEFT Ú NOG IETS TE ZEGGEN?" 'Ìk vòlg míjn màn!' zei ik. "IN ÀLLES?" vroeg hij! Ìk aarzelde éven! 'IN ÀLLES!' zei ik toen.
We verlieten zijn tènt èn ìk LÍET mijn ZÓÓN ÀLLÉÉN: 't verdriet daarover snééd als 'nu zwaard dóór mijn zíel! Mérèd blééf waakzaam tijdens de weken die volgden, maar er gebeurde níets waaruit zou kùnnen blijken dàt Mó hèm vijàndig gezìnd wàs.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende