(57/58)mydistads- & plattelandsgod(inn)en her/der
De eerste stedelingen
zetten de riten voor de goden voort
die zijn ingesteld door hun directe voorouders,
de eerste dorpelingen, maar breiden ze uit en verrichten ze hoofdzakelijk
daar waar de god verblijft, 'in zijn huis', dat wil zeggen de tempel die er vanaf dat moment
centraal staat in het religieuze leven, dat tot dan toe
nog meestal versnipperd was
in huiselijke heiligdommen
~~~
Ze schenken
aan hen dan ook in overvloed bier,
sieraden, voedsel & dieren ~ die voortaan
door de priesters worden geofferd!
[]
'n Schrijftablet uit het derde millennium voor onze huidige jaartelling
geeft een samenvatting en een opsomming van de offers die er in een jaar werden verricht
in de grote tempel van ANU & z'n echtgenote @ OEROEK: 18.000 schapen, 2580 lammeren, 720 ossen, 320 kalveren.
Die cijfers zijn waarschijnlijk door de kopiisten ietwat opgeklopt, maar zelfs als de waarde wordt bijgesteld,
zijn ze nog steeds indrukwekkend voor een stad die dan waarschijnlijk
ongeveer al zo'n 40.000 inwoners telt?
Die inwoners
leveren ook bouwmaterialen
om de tempel verder uit te breiden ~ de pracht ervan
is evenredig aan de grootsheid van de god 'die erin woont':
hoe groter die tempel, des te machtiger zijn god; en omgekeerd,
hoe machtiger de god, des te groter
moet ook z'n tempel zijn!?
Net als voor de koning,
wiens macht & kracht valt af te lezen aan de pracht & 't gezag van zijn paleis:
inderdaad gaat die ontwikkeling van paleizen en tempels meestal gelijk op; er worden allerlei privévertrekken aan toegevoegd,
ontvangstzalen & intiemer vertrekken waarin de hemelse en/of aardse god goed kan
uitrusten, worden gewassen, gemasseerd, gezalfd & gevoed,
en waar hij ook zijn naaste medewerkers/verwanten,
hogepriesters & belangrijkste raadgevers
& geldschieters passender kan
ontvangen, 'op fluistertoon
in het heilige
der heiligen'.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende