50431 In zulke myDi-omstandigheden zou het bestaan


VAN
HET QQLEQ-
HUIS VAN DAVID
ALLEEN VERGETEN ZIJN ALS
DE FAMILIE VERDWENEN
WAS 🧺, WAT NIET ERG
WAARSCHIJNLIJK
IS?
Volgens
‘n verslag in
de Talmoed bestond er
bij bepaalde families het gebruik om hout aan
te voeren voor het altaar in de Te(m)pel, een oeroud
privilege dat terugging op de reorganisatie
van deze joodse gemeenschap
ná die Babylonische
ballingschap!
Dit voorrecht
schijnt eeuwenlang zeer
angstvallig bewaakt te zijn door
de bevoorrechte families, zoals we zien
aan ‘n in de MISJNA overgeleverde lijst,
Ta’anit 4:5, van degenen die
zorgden voor het hout
voor ‘t altaar èn v/d data
wanneer deze families
hùn nobele táák
uitvoerden:
‘HET HOUTOFFER VAN
DE PRIESTERS EN HET VOLK WERD
NEGEN KEER (PER JAAR)
AANGEVOERD.
OP DE EERSTE
VAN NISSAN DOOR
DE FAMILIE VAN 🦜ARACH
VAN DE STAM JUDA! OP DE TWINTIGSTE
VAN TAMMOEZ DOOR DE
FAMILIE VAN DAVID,
VAN DE STAM
JUDA …’

We hebben
gegronde redenen
om ook aan te nemen dat in deze lijst de namen bewaard
gebleven zijn van vooráánstaande patricische families die vasthielden aan de traditie van zo’n
eeuwenoud
voorrecht?
Het wijst erop
dat deze genealogische traditie bij de joden in
die tijd goed in stand
gehouden werd!
En het is
ook interessant
om op te merken
dat, behalve de verwijzing
naar het behoren tot het geslacht
van DAVID, hèt gróótste déél
van die toeschrijvingen
het behoren tot
de stam Juda
betreft?!
Zie
de verwijzingen
in Jeremias, ibid., pp. 280-290.
Wat de aanspraken op ‘n Davidische
afstamming v/d familie van HILLEL betreft
(ibid., p.287), moeten we niet
ÀL té sceptisch
zijn!?
Jeremias
zelf citeert
Josephus, Leven 191, die zegt
dat Rabbi Sjim’on ben Gamliël
(kleinzoon of achterkleinzoon
van HILLEL) uit ‘een zeer
hoge familie’
afkomstig
is.
Zó’n
geëxalteerde
betiteling komt verder
nergens voor in Josephus’
geschriften!
Kan men zich
indenken dat Josephus
zich bewust was 🧺 van ‘t gevaar
als hij duidelijk ‘n afstamming
van David toeschreef
aan Rabbi Sjim’on?
Voor de
ouwe Mor Asih
is iets dergelijks stevig verbonden
aan zaken die bijna een eeuw geleden
uiterst gangbaar en overgevoelig waren
voor die kleine peuter, nijvere kleuter rondwandelde
zeer nieuwsgierig belangstellende
beginnende ‘verzamelaar’
van allerlei indrukken:
hun eigen huis
aan de Dijk & of/op het
Boerenland, het eigen benodigde materiaal
voor ‘waterwerken’ & ‘agrarische bezigheden’ jaar
na jaar, hout, riet, steen, klei, werkbenodigdheden, natuurlijke omstandigheden, reformatorische,
protestantse, hervormde, gereformeerde,
christelijke gebaren, gebeden &
jaarlijkse feesten, psalmen, gezangen,
collectes & hun ‘gebeden’,
‘overtreden), ‘herstellen’,
beknellen & blijven
veronderstellen in
beelden, woorden,
daden & liefde betuigen
in grote lijnen & tot in de kleinste details:
evolutie in actie, wereldwijd, vervullende feiten
& veronderstellingen dag & nacht jaar in jaar
ÚÍT tot dood & nieuw leven
erop volgt?
Beroepsvervulling
via eindeloosverfijnende
godsdienstigheid als
zingeving tot
in details.
OK!
23 jan 2026 - bewerkt op 02 mrt 2026 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende