En
toen was
er weer eens
motregen
...
Maar
de nieuwe PLUS
ziet er mooi uit: ruime paden, duidelijke opstelling,
redelijke prijzen van
bijna alles.
Het hele dorp
is veranderd in die afgelopen zestig jaar
en er is haast niets meer over
van hoe het was
...
Alleen 'n duizend jaar oude kerk
& een enkel verlaten fabriekje met oude werktuigen
van voor den laatsten oorlog.
Zo heeft elke tijd
z'n eigenaardigheden
in klederdrachten & voortbewegingsautomatismes, modefratsen,
spraakgebruiken & ~gebreken, wormstekige normen & abnormale
waarden, stofuitstoot &
bouwvaklawaai!
De buiten- & de binnenkant
zijn aan allerlei uiteenlopende verschillen onderhevig voor diverse mensen & dieren,
planten en omstandigheden, voor de helft mannelijk & vrouwelijk, beter & slechter, mooier en lelijker,
het is maar net hoe je het bekijkt, vergelijkt, waardeert, bekritiseert &
ermee omgaat in de loop der tijd.
Mijn hobby
is dus het vergelijken van een en ander:
hoe het was, geworden is en
misschien zal zijn?
Nog
maar even
bijna 2000 jaar
terug in de tijd via de woorden
van zo'n 300 jaar geleden
in 't
nu!
Wie
kan zich ook
eene vergadering
van zo groote mannen verbeelden,
en daar van iets anders wachten, dan recht
en gerechtigheid? De Overpriesters, die God- & Tempel-dienst bezorgden; de Schriftgeleerden, die Wet en Profeeten uitleggen, en 't volk onderwijzen moesten: de Ouderlingen, die in gezach, adel,
en waardigheid uitmuntten, zouden die God, en en waardigheid vergeten,
en hun gezach misbruiken, om den
onnozelen te
vernielen?
Houden zy
't gerichte Gode, of den mensch?
Maar een hart vol bitteren wrok en haat is niet te beteugelen,
en zoekt gelegendheid om zich te verzadigen:
TE gevoelig had Christus Farizeeen en Schriftgeleerden op hun zeer getast, om dat te lijden,
en niet te wreken: DIE Mannen des gezachs Vergaderen in de zaale van den Hoogenpriester KAJAFAS.
Datze vergaderen, was billijk, want zy maakten den grooten Raad uit; maar datze tegen Christus by een komen, is de godloosheid zelve.
De tijd,
de plaats hunner byeenkomste,
vermeerderde hunne schendaad: zy worden t'zamen geroepen, maar in de blakende drift van wraak en woede, op den zelven dag, op den zelven avond, als zy rechtvaardig bestraft waren.
Zonder bezadigde gemoederen, zonder overwikkinge van pligt, zonder eenig uitstel!
ZO dol, zo driftig, zo onrechtvaardig is de wraakzucht.
Zy vergaderen, maar 't is een raad der godloozen.
Zy worden op een geroepen, maar tot het
gestoelte der onrechtvaardigen.
De zaal
des Hoogenpriesters
was of een der Tempel-vertrekken, hem byzonder toegeeigend,
en de kamer der geplaveide stenen geheten, die aan de zuidzijde der Tempels was,
& daar de Jooden de Raadvergaderinge stellen tot 40 jaaren voor de laatste verwoestinge,
waar na de groote Raad zoude verhuist, en te Jafne, Tiberias, Uska, of in andere plaatzen,
daar de Nasi ['Prins'], of Voorzitter des grooten Raads woonde, by een vergaderd zijn geweest,
zo de Jooden zeggen. OF de zaal was in 't huis van den Hoogenpriester; dewijl de Raad nu de kamer des Tempels verlaten had, gelijk sommigen aanmerken, en by een kwam ter plaaze, daar 't Hoofd der vergaderinge den Raad beleid, en by eengeroepen had. En dit laatste heeft den meesten schijn?!
'T huis des Hoogenpriesters wierd tot die Raadvergadering uitgekint: niet, dat Kajafas Voorzitter,
of Hoofd des grooten Raads ware, om dat hy Hoogepriester was, want daar toe
wierd de geleerdste en verstandigste van den Raad verkoren, en Kajafas, zo
men Jozefus moet geloven, was een vrek, godloos, onbesuisd mensch, die
in de volglijst der Voorzitters
niet te vinden is!
Maar
hoe boos en godloos hy ook was,
zijn Priesterampt gaf hem aanzien, en zijn aanzienlijk gezach bragt den Raad in zijn huis,
daar zy op ontboden, en als tot zaaken van het uiterste aanbelang vergaderd zijn.
Niemant verwondere zich, dat zy des avonds den Raad beleggen, want het werk, dat zy voor hebben,
is een werk der duisternisse. En wat zoud men anders wachten van zulk eenen Hoogenpriester,
die niet van God, maar van den Romeinschen Landvoogd,
aangesteld was?
Want zo verre
was de Joodsche kerk-staat vervallen, dat geld en gunst
dat geestlijk ampt van den een op den anderen bragt; en noit meer dan [juist] NU; en na Herodes tot de verwoestinge, die een einde maakte van die bedieninge, telt men acht-en-twintig Hoogepriesters!
Een zichtbaar voorspel van de veranderlijkheid deezes Priesterschaps, dat vergaan, en voor 't onoverganklijk Priesterschap van J.C.
wijken moest?!
NIET
zonder reden
zegt dan de H. Evangelist, dat Kajafas Hoogepriester van dit jaar was:
niet alleen, om dat het Priesterampt, dat anders met het leven alleen wierd afgelegt, NU met ieder jaar,
en dikwijls voor 't jaar, ontnomen wierd, maar ook, om dat het wonderjaar van 's Heilands kruisdood met der daad het laatste van 't schaduw-priesterschap, en de tijd van d'uitstortinge
des H. Geestes was: weshalven Kajafas
zelf profeteerde, en onwetende
't heil voorspelde,
dat Christus
aanbragt.