ons De Godloozen, en alle snoode werkers der ongerechtigheid, zijn veel yveriger en werkdaadiger in 't uit- en volvoeren van hunne verfoeilijke schenddaden, en vuile boosheden, als de Gelovigen en kinderen Gods in 't betrachten van het goede, en nakomen van hunnen plicht. Een onbetwistbaar bewijs van 's menschen allenthalve verdorvendheid en onverwinlijke verkeerdheid. De Godloozen zijn wakker en altijd op hunnen hoede, zonder gelegendheid te verzuimen, om hun opzet en boos voornemen uit te werken: dit is alle hunne bedoeling, al hun overleg, al hunnen zorgvuldigheid, en zy rusten niet, eer zy hunne verderflijker oogmerken bereikt, en hunne listige raadslagen volbragt hebben. De Gelovigen, in tegendeel, zijn traag, nalatig, gebreklijk in hunne plichtbetrachtingen, en sluimeren en slapen, als zy waken moesten, en blijken geven van kloekmoedigheid, geloof. standvastigheid, en waare Godvrucht. Dit zal met den eerstern opslag wel ligt iemant vremd schijnen: maar wie de zaaken regt en dieper in ziet, zal de reden aanstonds ontdekken. De godloozen volgen de natuur, en die is verdorven; de gelovigen volgen den geest, en die is zwak. De godloozen worden door hunne verdorvendheid krachtig aangenoopt tot alle godloosheden, de gelovigen worden door door het onwedergeboren deel in het goede gestuit en verhindert. Het gaat hier mede, gelijk met die op zee of geweldig nederlopende stroomen varen, en door drift der wateren, en gunstige winden sterk voortgedreven worden: daar zy, die stroom en wind tegen hebben, niet alleen niet vorderen, maar weggesleept en te ruggezet worden. Zo hebben de godloozen den stroom der natuur, en wind der verdorvendheid te baat; daar de gelovigen tegen op arbeiden, en telkens van overwonnen en weggesleept worden, hoe zeer zy pogen dien tegenstand te boven te komen. Niet onaardig leert ons Mosjiach dit merklijk onderscheid in 't volgeestig zinbeeld van den zajer, die goed zaad zaide in den akker, en als de menschen sliepen, kwam zijn vyand, en zaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg, zo dat tarw en onkruid midden in de tarwe, en ging weg, zo dat zo dat tarw en onkruid te gelijk opschoot, maar in den oogsttijd onderscheidendlijk vergadert, en 't onkruid in 't vuur, de tarwe in de schuur gebragt wierd. Elk weet wel, dat het onkruid een voor- en zin-beeld zy van Godloozen, die den akker van Gods Kerk vervullen en vervuilen. De booze vyand, die zulk een zaad zaid, is de Satan, de Hoofdvyand van 't heilrijk. Het goed zaad is Gods woord en volk, dat voedzaam is, en regtvruchtbaar. Het slapen der menschen vertoont de zorgloosheid der Gelovigen, die niet op hunnen hoede, noch waakzaam, maar vertraagd en nalatig zijn, terwijl de vyand der waarheid waakt, en bezig en werkdaadig is om de geheele weereld, daar 't heilwoord gezaid, en de Kerk uitgebreid word, te vervullen met Godloozen en Godloosheid, om dus de goede tarwe te verstikken. Zo veel voorzichtiger en kloeker zijn de kinderen deezer weereld, dan de kinderen des heils. Kortom, bij wijze van spreken/schrijven met andere woorden/symbolen: de natuurwetten bevorderen het muchomachohomobilesbonobobolleboosjesgedrag, maar de wetten van de geest dienen tot aller welzijn te overwinnen. Niet de grootste, sterkste, wreedste, kortzichtigste heeft 't laatste woord, maar de zachte krachten zijn zinvoller, redelijker, genezender, echter dan al 't oude dat voorbij is gegaan en plaats moet maken voor het nieuwe leven van g ds hemelse rijk op aarde via de zachte krachten in ons allen. Slaap zacht, droom zoet en vertel ons er morgen maar weer alles over als je kunt en wilt ...