LAG DE OORSPRONG V/D NOT-MYTHE OVER 'T STILLEN V/D STORM DOOR YESJ & V/D OT-MYTHE OVER YONAH (vlg. Allegro)!
't Doet Mor denken aan de kip & 't ei, evoluties èn revoluties, oorzaak van milieu & gevolg van/voor èn door de mens: zon, maan, aarde, heelal in tijd & eeuwigheid. Nineveh, Kinnereth & de Mare Nostrum Méditerranée van/voor/door Yonah, Yesj & Sja'oel/Sjapochapeau/Paulos ~!
Jona 1:4-6
'Maar de Heer van de Natuur wierp 'n hevige wind op de zee & er ontstond zó 'n zware storm op zee, zodat 't gehele schip dreigde te worden stukgeslagen: schepelingen werden daarom zó bevréésd dat 'n ieder tot z'n eigen god riep, en ze wierpen de lading die in 't schip was i/d zee om 't daardoor lichter te maken. Jona echter was in 't ruim van 't schip afgedaald, & híj had zich dáár neer-gelegd & was in 'n diepe slaap gevallen. En de gezagvoerder kwam bij hem, maakte hem wakker & zei tot hem:
"Hóe kùn je hier nu zó vàst liggen slapen? Sta òp, roep ook tot jouw god, misschien zal díe ons gedenken, zodat wij niet allen met man en muis vergaan?"'
'En nadat ze het lot geworpen hadden om na te gaan, wie er hier nu wel of niet voor hun toestand & de toorn v/d god verantwoordelijk was omdat hij, Yonas, voor 't aangezicht van YaHWeH wegvluchtte'.
Jona 1:11-12
'En zij vroegen aan hem:
"Wat zullen wij met u doen, op-dat de zee ophoude tegen ons te woeden, want de zee wordt hoe langer hoe onstuimiger!?"
En hij antwoordde hen:
"Neem mij op en werp me in de zee, & de zee zal ophouden tegen u te woeden!"'
Tenslotte deden de schepelingen dit, & baden te zelfder tijd om bevrijd te worden van de bloedschuld tegenover Jona
'en de zee hield op met woeden'.
Vergelijk nu het Verhaal van Yehosjoea (g d redt)
& z'n discipelen op het Kinnereth Meer
van Galilea/Tiberias
@ MARK 4:35-41
'En Hij zei tot hen op die dag, toen 't laat geworden was:
"Laten we oversteken naar de andere kant!"
En zij lieten de schare achter & namen HÈM, zoals Hij was, mee in het schip, en er waren andere schepen bij hem.
En er stak 'n zware stormwind op & de golven sloegen i/h schip, zodat 't reeds volliep.
Maar hijzelf lag op 't achterdek v/h schip tegen 'n kussen te slapen. En zij maakten hem wakker & zeiden tot hem:
"Meester, trekt jij je 'r niets van aan, dat wij hier nu vergaan?"
En hij, wakkergeworden, bestrafte de wind en zei tot de zee:
"Zwijg, wees stil!"
En de wind ging liggen & 't werd 'r volkomen stil! En hij zei tot hen:
"Waarom zijn jullie zó bevreesd? Hebben jullie geen geloof?"
En zij werden bovenmate bevreesd, daarom zeiden ze tot elkaar:
"WIE ÌS TOCH DEZE, DAT OOK DE WIND EN DE ZEE HEM GEHOORZAAM ZIJN?"'