'45: op leven & dood
Deze bevoorrechte relatie brengt een nieuwe dimensie in de opvatting van het gebed. Net als de god kan de voorouder namelijk zowel gunsten verlenen als straffen, zoals de mens dat trouwens ook in het gewone leven kan. Het kwade wordt daarom niet langer als 'n on-vermijdelijk noodlot beschouwd, als compensatie voor het onrecht dat onvermijdelijk aan de natuur wordt berokkend bij de voedselwin-ning door de jacht of door het verzamelen van vruchten: het wordt een sanctie; de weerslag van fouten die zijn gemaakt jegens onze voorouders en de goden. Er ontstaat een nieuwe religieuze houding: de smeekbede aan deze entiteiten. Smeken betekent volgens de definitie uit het woordenboek 'nederig en dringend verzoeken, ootmoedig vragen om iets'. Men begint de riten, offergaven, gebeden & dergelijke 'ontdekkingen' uit te breiden, maar dan vanuit een totaal ander oogpunt dan dat wat bij de jagers-verzamelaars de overhand had: voortaan wordt de orde der dingen niet langer hersteld door de offerhandeling, maar door de voorouder of de god aan wie 't offer gericht wordt & die in ruil daarvoor ingrijpt. Het besef van overtreding of zonde treedt aan de dag: als de levenden nauwgezet hun reli-gieuze plichten (blijven) vervullen & de 'hogere entiteiten' niet vertoornen, dan hebben deze geen reden om hen te bestraffen; integen-deel, ze laten hen dan van hun gulheid (mee)profiteren in de vorm van rijkdom en gezondheid.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende