3gkII80c1600á1200BCE Ik had me al vaker afgevraagd
WAT DAT BETEKENDE EN IK KON MAAR ÉÉN ANTWOORD BEDENKEN?!
Àlléén de Hebreeuwse Israëlieten die in Gosjen woonden werden gezien als "G ds Eigen Vòlk": hij (zij/het) was het er níet mee ééns dat zíj nu nog steeds 'tùssen' al die AeGYPTenaren bleven wonen èn op hùn Landerijen bléven werken en/of ìn hùn Huishoudens!?
Zóìets móet 't háást wel geweest zijn? "Hij/zij/het" was het dus nu zó niet meer ééns met deze verblijfplaats van Yochèvèt & Àmrám, met 'het geboortehuis' van Mosjeh! De gevolgen van déze Hagelstòrm waren voor AeGYPTenaren als Hebreeuwse Israëlieten die búiten Gosjen woonden gelijkelijk rampzalig?
Overal in AeGYPTe sloeg de hagel neer op àlles en iedereen wat búiten was: op mensen, dieren & planten. Zèlfs de bómen werden vernield: 't vlàs & de gèrst werden helemaal kapòtgeslagen, want de gerst stond al in de aar & het vlas i/d knop! Gelukkig werden tarwe en spelt niet vernield, want die rijpen later, maar het verlies v/d gerst betekende dat er geen bier meer gebrouwen kon worden & dàt ìs 't véiligste water dat er bestaat!
Dit gebrek aan bier zou zeker leiden tot het uitbreken van allerlei ziektes! 't Spreekt daarom vanzèlf dat ook alle groenten i/d moestuinen tot moes geslagen waren èn dat de honingbij nog maar heel weinig meer te zoeken had in de boomgaarden! Schaarste & gebrek tròf òns ÀLLEN, maar ik merkte dat de door luxe & welvaart verwende AeGYPTenaren dáár véélméér onder léden dan de Hebreeën, hoewel 'r ook onder hèn mensen waren die Mosjeh èn Zíjn Gòd vervloekten?!
Zíj hadden op de Vèlden, in de Moestuinen & Boomgaarden gewerkt èn zágen nu àl hùn WÈRK verlóren gaan òmdàt 'de goden' ruziemaakten!? Dàt ìs èn blíjft een vreselijk bittere ervaring! Maar toch verdroegen de meesten zwijgend en onbewogen hun Lòt òmdàt zij naar Vríjheid verlangden, ook al konden zij zich nú nog níet of nauwelijks ècht goed voorstellen wat dat werkelijk zou inhouden?
Ìk, ooit Thermutis, nu Bityah, intussen mijn vrijheid volledig kwijt, want behalve dat ik nu al bijna bij wijze van spreken "G ds Dòchter" was, 'n Hebreeuws Israelitische Dienstmeid v/d AeGYPTische Familie SJOE was, werd ik al gezocht door de speurneuzen van farao èn móest ik wegduiken in 'n speciaal voor mij ingerichte schuilplaats wanneer díe 'n inval deden
...
Ondertussen hagelde 't dagenlang DÓÓR, Mosjeh & Aharòn werden opnieuw naar 't Paléis ontboden! Farao Belóófde, Farao Verbràk z'n Belofte, 't Zèlfde Treurige Liedje, er léék nóóit 'n EINDE aan te kunnen komen? De bijbelboekrolverhalen tekenen aldus herhaaldelijk eigenlijk dezelfde hóófdmotieven van recht & onrecht, evolutie & revolutie, liefde & haat, tederheid & bruutheid, krachten & machten ...
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende