TOEN DE DAG VAN HET ZG. WEKEN-
aka PINKSTERFEEST aangebroken was waren ze allen weer bij elkaar:
plotsklaps klonk er vanuit de hemel 'n geluid als van een hevige windvlaag,
dat het huis waar ze zich bevonden geheel vùlde & er verschenen aan hen 'n soort van vlammetjes, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op íeder van hèn neerzetten, & ÀLLEN werden vervolgens
zó vervùld v/d heilige 'g dsgeest' &begònnen op luide toon met elkaar &
zichzelf te spreken in vreemde talen ('tongen'

,
zoals hen door die 'goddelijke
geest' ingegeven
werd?
9:1-9:22
ONDERTUSSEN
BEDREIGDE NA DE STENIGING VAN STEFANUS
de óók daar aanwezige SJA'OEL úit Tarsos in Zúidoost Klein-Asia nu alle leerlingen v/d Héér nog steeds met de dood: hij ging zelfs uit eigen beweging
naar de Hogepriester met 't Verzoek om hem z'n aan-bevelingsbrieven mee te geven voor synagogen in Damascus,
opdat hij ook daar de nieuwe aanhangers 'Van de Wèg' die hij daar ook al zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen,
gevangen kon gaan nemen & gevankelijk mee kon terugvoeren
naar YEROESJALAYIEM om daar officieel veroordeeld
en gestraft te worden!
Toen hij onderweg was
èn al vlakbij Damascus naderde,
werd hij er plotseling ahw. 'omstraald' door 'n Lìcht uit de hemelen:
hij viel stuiptrekkend van z'n paard af op de grond neer & hoorde 'n hemelse stem tegen hem zeggen:
'Sja'oel, Sja'oel, wááròm vervòlg jij Míj?' Híj vroeg: "WIE BENT U HEER?"
't Antwoord was: "IK BEN YESJOEA, DIE JIJ VERVOLGT!
Maar sta nu op & ga de stad in,
dáár zàl jou gezegd worden
wàt JÍJ vèrder
móet gaan
DÓEN!"