38924dc89 Maar DeOpdoemendeLeegte EisteYesj NietOp

HIJ WERD ZICH BEWUST VAN ‘N MAN DIE ZICH VAARDIG DOOR DE OVERBEVOLKTE CEL
BEWOOG. HIJ GING VAN SLAPENDE NAAR SLAPENDE ÈN ZIJN SILHOUET WAS NAUWELIJKS ZICHTBAAR ALS HIJ ZICH BUKTE. ‘n Zakkenroller zou hier niet veel van zijn gading vinden.
De man kwam dichterbij èn Yesjoe besefte dat de man hèm iets aanreikte, iets van geitenleer.
‘Water, mijn jongen?’
Dankbaar dronk Yesjoea uit de aangeboden waterzak. ‘Wanneer laten ze ons weer vrij?’ vroeg hij terwijl hij de zak teruggaf.
‘Je kunt gaan wanneer je wilt. De Heer is met je. Selah.
‘Wàt?’
De man leunde naar voren. ‘We hebben op je gelèt.’
‘We?’

‘Ja.’
De man bleef gehurkt voor Yehosjoea zitten. Zijn ogen waren strak op Yesj gericht ook al waren ze in ‘t donker niet zichtbaar.
‘Ze tonen geen inzicht, geen begrip, èn dólen in duisternis rond, de aarde wankelt op haar grondvesten.’
Yesjoe hàd geen idee waar de man het over hàd. De vreemdeling citeerde uit de Schrift, net als de oude vrouw in de tempel. De man ging door: ‘Ooit heb ik gezegd: “Jullie zijn goden, kinderen van de Allerhoogste, àllemáál”.’ Hij leunde dichter naar Yesjoea toe èn herhaalde de woorden: ‘Jullie zijn goden. Het is tijd òm dìt te bewijzen.’
25 jul 2020 - bewerkt op 30 jul 2020 - 13x gelezen
Profielfoto van Asih
Asih, man, 114 jaar
 
Log in om een reactie te plaatsen.     vorige volgende