223 toen de zon opgekomen was & god inzag dat ook
HIJ
ZIJHET
NIET MEER KÒN
WINNEN, VOND HIJ DAT
YA'AKOV NÒG ÉÉN GEMENE STREEK
GELEVERD MOEST WORDEN: HIJ HÁÁLDE ÚIT
EN TRÀPTE HEM KEIHARD OP ZIJN HEUP, WAARDOOR
HET GEWRICHT ÒNTWRICHT WERD; IK HEB MIJN VADER DAARDOOR
NIET ÀNDERS GEKÈND DAN SLÉPEND MET Z'N ENE BEEN! Ya'akov greep g d woedend béét,
maar díe zei: "LÁÁT ME GÁÁN, WANT DE DAGERAAD ÌS GEKÓMEN!" Híj sliste nog 'n beetje vanwege
't gebrek aan tànden?
"O NEE!" riep Ya'akov. "ZÓ GEMAKKELIJK KOMT U NÍET VAN ME ÀF: ìk láát ú níet GÁÁN, tènzij ú míj ZÉGENT!"
Tóen vroeg g d:
"HÓE HÉÉT JÍJ?" Wat 'n nogal wonderlijke vraag is voor een zg. 'g d die alles weet', maar 't kàn natuurlijk óók zó zijn
dàt hij zón verschrikkelijk voor z'n goddelijke donder geslagen was dat z'n geheugen hem bij tijd & wijle
i/d steek begon te laten?!
Ya'akov zei dàt hij Ya'akov heette
òmdàt hij bij zijn geboorte de hiel van z'n 'oudere' broer
stévig vàstgegrepen had!?
"O, OP DÍE. MANIER,"
sprak g d:
"maar dàt is nú voortaan niet zó'n goedpassende naam meer voor jou: ìk geef jou
'n àndere naam!
Jij heet van nú af aan ISRAËL,
ÒMDÀT JÍJ MET G D GEVOCHTEN HÈBT! Wànt Israël betékent:
hij die met g d wòrstelt!" "NÚ Ú MÍJN NAAM WEET," zei Ya'akov, "zou 't ook wel aardig zijn als ú zich nú
óók aan míj voorstelt, want dàt ìs de Gewóónte!"
"BEDOEL JE DAT JIJ MÍJN NÁÁM WÌLT WÉTEN?"
vroeg G d.
Zéker!" zei Ya'akov.
"'ÙT ÌS WÈL ZO HANDIG WANNEER DE MENS WÉÉT HÓE ZIJN GÒD HEET, VIND IK."
"NOU JÀMMER DAN," zei g d, "want díe zèg ìk jou niet! Waarom zou jij mijn naam moeten weten? Noem me maar
Dé ÉÉUWIGE OFZO ÈN WEES ZOGOED DAARMEE TEVREDEN TE ZIJN!
Alle goden die in jullie tenten verblijven hebben námen,
maar alleen ík BÈN er!
Dàt ìs hèt verschil!"
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende