Op de Vale Ouwe zijn we dus alle vele eeuwen geleden begonnen met het gebruik van het bos! Na de laatste ijstijd hadden we het bos, het hout nodig voor al onze gereedschappen, voor de bouw van onze huizen en schuren en ook werd ons vee in het bos geweid. Daarnaast werd het gekapt om landbouw te kunnen bedrijven.
In het begin ging dat deels in het wilde weg, maar gezien de structuur van de eerder vermelde raatakkertjes moet er ook toen al sprake zijn geweest van onderling overleg? De vraag naar hout groeide, niet alleen door toename van de bevolking maar ook door de ijzerindustrie op de Vale Ouwe. Hout was nodig om de houtskool te verkrijgen waarmee men ijzer vrijmaakte uit ijzererts dat op de Veluwe werd gevonden.
De heidevelden namen in oppervlakte toe, gingen vervolgens door 't afplaggen verstuiven en de Veluwe ontvolkte weer.
Maar Drie {Thri} bleef bewoond, men groeide niet uit zoals de dorpen a/d voet van de stuwwallen.
In de Karolingische tijd {9de eeuw} was men al begonnen met 't voor landbouw geschikt maken van de nattere gronden aan de voet v/d stuwwal! Gebieden rondom Putten, grotendeels onbewoond, werden door de boeren die onderhorig waren aan de bisschop van Utrecht ontgonnen.
De Gelderse Vallei werd in de 13de & 14de eeuw, onder invloed van de Hertog van Gelre voor landbouw geschikt gemaakt. Om deze gronden goed te kunnen beheren, was men in de loop der tijd steeds meer gaan werken volgens bepaalde regels [steeds meer] & andere wetten.
De omwonende gemeenschap kon, volgens al uit oeroude tijden stammende gebruiksrechten, het bos naar gewoonte blijven gebruiken. Zo had men het recht om gerief- & brandhout, strooisel voor de stallen of voor bemesting v/d akkers uit het bos te halen.
Ook waren er al regels ten aanzien van het weiden van vee, vooral varkens, in het bos. Tegenover deze rechten stond ook de verplichting om zich te houden aan regels, die bedoeld waren om het belang van het bos niet al te zeer te schaden. Er mocht geen roofbouw gepleegd worden en niemand mocht zomaar op eigen initiatief hout uit het bos halen.
Ieder kreeg of nam wat hem rechtens toekwam. Het gemeenschappelijk gebruik van het bos ging over in het gemeenschappelijk bezit van het bos.
Voor de uitvoering van gemeenschappelijk genomen besluiten kozen de rechthebbenden of ge-erfden hun holt~ of houtrichters. Deze waren, uit naam van de gemeenschap, belast met toezicht bij meningsverschillen & overtredingen. Op gezette tijden kwam men ter vergadering bijeen, meestal in de open lucht.
Er werd dan de zogenaamde maalspraak gehouden. Maal [mallum] heeft de betekenis van gericht en de uitvoerders werden dan ook maalmannen genoemd.
Dit systeem van grondenbeheer is in de 13de eeuw beschreven maar was er waarschijnlijk al veel eerder?!
In de acte van Folckerus {855} waar we het al eerder & vaker in myDi over hadden is ook sprake van het recht van varkensweiding in bossen.
De maalschappen waren in het begin voornamelijk gericht op landbouwproductie en het weiden van vee in de bossen.
Duidelijk is in ieder geval het verband tussen de eerste menselijke bewoners, hun vestiging in bepaalde streken, het gebruik van werktuigen, zwerftochten, vestiging & bebouwing.
Over de hele aarde hebben dergelijke pogingen tot bestaan plaatsgevonden in deze of gene periode met min of meer succes: er vonden rampen plaats, klimaatveranderingen, epidemische ziekten e.d.