MENSENKIND, DAN ZAL IK ME JOU SPREKEN!'
Terwijl deze woorden klonken, voer er een geest in mij die me weer op deed staan, en er werd opnieuw tegen mij gesproken: 'Mensenkind, ik stuur jou naar de Yisra'elieten, naar dat weerspannig volk dat tegen mij in opstand gekomen is! Tot op de dag van vandaag verzetten zij zich tegen mij, zoals ook al hun voorouders toenmaals gedaan hebben! Naar dàt volk, dat zó halsstarrig en eigenzinnig is, stuur ik jou! JÍJ moet tegen hèn zeggen:
"DÌT ZEGT DE EEUWIGE G D ..." En of ze nu willen hóren of níet - het is immers een opstandig volk -, ze ZÙLLEN wéten dàt er een profeet in hun MÌDDEN is geweest! MAAR JÍJ, MENSENKIND, JIJ HEBT VAN HUN WOORDEN NIETS TE VREZEN, JIJ HOEFT VOOR HEN NIET BÀNG TE ZIJN, OOK AL ZIJN ZE ALS BRANDNETELS & DOORNSTRUIKEN ÈN BELÁGEN ZE JOU ALS SCHORPIOENEN! JÍJ hoeft je door dàt volk niet meer te laten afschrikken of àngst te hebben voor hun brutale woorden, hóe opstandig ze ook zijn! Jij moet aan hèn laten weten wat ìk te zèggen heb, of ze nu wìllen hóren of níet, hóe opstandig zij ook zijn! Jij, mensenkind, LÚISTER haar MÌJN woorden en WÉÉS níet opstandig zoals dàt volk! Die je mond wíjd ópen èn ÉÉT wat ík aan JÓU te éten geef!'
IK KÉÉK & ZAG 'N HAND DIE NAAR MIJ TOE UITGESTREKT WAS & 'N BOEKROL VASTHIELD! DIE WÈRD VOOR MIJN OGEN UITGEROLD & IK ZÀG DAT HIJ AAN BEIDE KÀNTEN BESCHREVEN WAS. Dìt stond erop te lezen: Klaagliederen, èn gezùcht èn gesteun! De stem zei tegen mij: 'Mensenkind, ÉÉT òp wat jou voorgehouden wordt; ÉÉT déze ròl òp èn gá naar de Yisra'elieten om te profeteren!' Ìk ópende mijn mond en kreeg de boekrol te eten, en de stem zei: 'Mensenkind, vùl je maag en je buik met déze ròl, die ìk jou geef!' Ik àt de rol òp, hij was zo zóet als honing!
Waarop de stèm tegen mij zei: 'Mensenkind, ga na de Yisra'elieten en breng hun mijn woorden over: ìk stuur jou niet naar een onverstaanbaar volk met een onbegrijpelijke taal, maar naar het volk van Yisra'el! Ik stuur je niet naar één van de vele ònverstaanbare VÒLKEN met talen die jij niet kunt begrijpen, al zouden díe zéker naar je luisteren àls ik je naar hen toe sturen zou! Maar de Yisra'elieten zullen níet naar je wìllen luisteren, omdat ze niet naar míj willen luisteren, want héél het volk van Yisra'el ís kòppig èn eigenzìnnig. Daarom maak ik jou even onbuigzaam als zij, èn éven kòppig. Ìk maak jou harder dan steen, ik maak je zo hard als staal; daarom hoef je voor hen niet bang te zijn, daarom mag je je niet door hen láten àfschrikken, hóe opstandig ze ook zijn!' ~~~