Om de traditie v/d Colijntjes & Verkuyltjes ietwat beter te leeren kennen moest de heer Van Spronsen in 't Aloude Brabantsche Lànd zijn; in Uitwijk, dat gehuchtje, 'n uur buiten Almkerk gelegen, vanwaar hij in den auto die slingerweegjes (1938/'39?) volgde, om ein-delijk binnen te komen in dat oude dorpje, van 'n kerk met allemaal kleine woningen er omheen, - zoo kwam hij bij de boerderij van neef Theunis! Dàt was 't eigenlijk stamhuis, onder 'n stroodak, vriendelijk begroeid! Theunis Colijn, die daar nog woonde, is een zeer eenvoudige boerenman, èn in zijn scherpe trekken, in de beheerste rust van zijn spreken & zijn beweging herkende ik onzen premier!
Hij vertelde mij, dat hij vroeger jaren in den wintertijd, als 't stìl was met het boerenwerk, nog wel eens de reis naar de Haarlemmer-meer ondernam om zó enkele dagen bij zijn oom Anthonie, Driekus' vader, door brengen, 't laatst toen die 81 jaar was!
"EEN
WONDERLIJK MAN
MET ZÓÓ'N STERK CALVINITISCHE INSLAG,
DAT HIJ EIGENLIJK MEER OUDERLING DAN BOER?!
En àltíjd sprak hij over geestelijke dingen! Híj was daar dan ook
dé ziel van de kerkelijke bevolking!? Op een avond redeneerde hij wéér over al-
lerlei godsdienstige vraagstukken. Tante ging de kamer even uit om een beetje melk
in de koffie. Toen zij terugkwam, zei tante: 'Wat doet oom vreemd!' ~ En geen ogenblik later zat hij dood in zijn stoel. Midden in dat gesprek over kerk en geloof ~ zònder overgang ..."