VAN
DE LÙCHT,
'T STÒNK NAAR
LÍJKEN IN ONTBÌNDING, HET
BLOED VAN DE VÍJAND KLEURDE DE ÁÁRDE RÓÓD!
Er wàs nú níets lìefs meer te bekènnen
op aarde, 't Léven stond me tégen! Nú wàs dáár plotsklaps een vróuw
die voor míj ZÒRGEN wìlde zònder dat ík haar ook maar ìets te bíeden hàd?! Dàt kòn toch niet zómaar?
Wáár hàd Ìk dàt aan verdíend?
'Hééft ìemand
jou gestúúrd?' vroeg ik.
"NÍEMAND!" zei Rachav, "MAAR DE KONINGIN VAN DE HEMEL
WOONT IN MIJN HART EN ZÍJ ÌS LÍEFDE! IK VRÉÉS DE GOD VAN ISRAËL, MAAR HÁÁR HÈB ÌK LÍEF!"
Ik stéég àf & zei: "NÉÉM MIJN PAARD RACHAV, IK WIL NAAR JOU OPKIJKEN!" Ze beklom ònhàndig mijn paard,
waaruit ik afleidde dàt ze nòg nóóit éérder òp 'n páárd gezéten hàd?! Ik hìeld hem stevig bij de teugel & lìep naast hem vóórt.
BITYA, dàcht ik, míjn koningin van de hemel,
heb jíj haar gestúúrd?
Bitya gaf geen antwoord,
maar ik HÓÓRDE haar glìmlachen.
'WÌE ÌS ZÍJ?' vroeg ik. "HÓE HÉÉT DE KONINGIN VAN DE HEMEL?"
'Kènt u haar dan níet?' vroeg Rachav verbaasd! 'Ze ìs beroemd ìn de héle WÉRELD!
De AeGYPTenaren noemen haar Isis, de Feniciërs zeggen Astarte tegen haar, de mensen uit Sinear
gaven haar Tàmmuz als náám & wìj nóemen haar Asjera,
dé vróuw van God!'
En zó Zìe je maar weer eens
hóe àlles tòch op z'n pootjes tèrècht kàn komen?
We hebben 't al eerder & vaker gehad over godennamen
zoals bv. o.a. YOVE, YAHWEH, MARDOEK, BA'AL, ISJTAR, ESTHER, YEHOSJOEA, IM ANOE EL:
ADAM, CHAWA & ga zó maar door: de meeste bijbelse namen bevatten al wel verwijzingen naar godenwerelden, hemelse rijken,
GÒDS kìnderen & 'afstammelingen', engelen, reuzen, duivels,
goede & boze geesten!
Wat Mòr betreft
is dàt dé wereld door
mensen van alle plaatsen & tijden
verwoord geraakt via hemelse machten & natuurlijke krachten:
water, vuur, lucht, aarde, sterren, planeten, kometen, licht, warmte, hitte,
kou, planten, dieren, mensen & 'geestelijke zaken' zijn voor ons nu altijd volkomen
met elkaar verweven geraakt? In Èlk Lànd waren er mensen
die ons ontvingen om samen
te eten & te drinken!!!