zijn eigenlijk helemaal geen wapens: ze werden gebruikt door Gideon, zoon van Yoasj, uit de stam van Manasse, om een zwerm nomadi-sche rovers te verdelgen. Jaar in jaar uit kwamen die in het oogstseizoen het Land kaalplukken ~ nomadische familiegroepen uit de woes tijnen in het zuiden en in het oosten, Amalekieten, Midianieten & Bneh Kedem die optraden als een stammenfederatie & gebruik maakten van kamelen, waar de sedentaire Israëlieten nog steeds doodsbenauwd voor waren. Aan het hoofd van 300 man, zorgvuldig geselecteerd uit verschillende stammen, gebruikte zgideon bij de nachtelijke klim door de heuvels toortsen om 't pad te kunnen verlichten i/h donker!!!
Toen ze het uitgestrekte kampement van die rovers naderden, de stille tenten en de rusteloze kamelen, beval Gideon z'n mannen om hun toortsen te verbergen in de kruiken: ze naderden het kamp van drie kanten, bliezen op de hoorns & sloegen de kruiken stuk om de ka-melen angst aan te jagen, brulden: "HET ZWAARD VAN DE HEER EN VAN GIDEON!", & staken hun tenten in brand terwijl de rovers in paniek raakten & renden voor hun leven; zij werden later in de val gelokt door een grote israëlitische & vielen de Israëlieten niet meer lastig voorlopig?
Gideon was Richter: sommigen wilden hem al tot koning uitroepen, maar dat weigerde hij: "IK ZAL OVER U NIET HEERSEN ...: DE HEER ZAL OVER JULLIE HEERSEN!" Één van zijn zonen, Avimelech, riep zichzelf uit tot koning over Sjchem: het Volk kwam in Opstand & brand de de stad plat in een bloedige veldslag, maar bij een slag om een andere stad sneuvelde hij. Het wapen dat hem velde was een molen-steen die een vrouw op zijn schedel liet vallen. Het Land was duidelijk nog niet rijp voor een koning.
Er worden Richteren genoemd die 'OPSTONDEN OM HET LAND TE REDDEN", maar we krijgen niets te horen over hun 'heldendaden' ~~~
In 't Vervolg bleek dat 'n gelofte 'n vreemd wapen is om in te zetten tegen 'n vijand. De aarde draait & wij draaien met haar mee .........