10gk164b waar filistijnen/plisjtim als muur tussen
ONS EN DE WERELD STONDEN, DAAR WAS IN HET DIEPE ZUIDEN TÒCH NOG EEN SPRANKJE HOOP!
Ik ben er níet geweest, ik heb de zee nog nooit gezien, maar dàt zij er in de vèrte voor ons wàs, stelde me enigszins gerust: wie wéét dat we dáár in de toekomst wèl 'n háven bouwen kònden die ons toegang zou geven tot de héle áárde?
Verheugd trokken we WÈG úit GILGAL, ONS EERSTE KAMP BIJ YERICHO: nú iedere stàm op weg naar zijn eigen gebied! Wij, Yehoedim trokken kaarsrecht naar het westen, Bela & Ik, Mérèd, voerden behalve onze gezinnen de vluchtelingen úit Yericho mèt ÒNS méé; we waren een halve dag onderweg, toen plotseling Rachav naast mijn paard opdook, de vrouw uit Yericho, die ons verbòrgen had ònder 't vlas dat droogde op haar dàkterras!
"WAT DOET U HIER?" vroeg ik onthutst. "Heeft Yosjoea uw famile geen grond gegeven bij Yericho?" 'Dàt is wáár Heer,' zei Rachav, 'm'n familie blíjft dáár, maar Ìk wìl mèt ú méé!' Ik hield mijn paard ìn & zòcht ìn HÁÁR gezìcht naar 'n uitdrukking die ik begrijpen kon, maar ik vònd níets. "DÓE NIET ZO RÁÁR MÈNS!" zei ik. "Kéér òm en vóeg u bíj uw familie!" 'Nee heer,' zei ze. "ÌK BLÍJF BÍJ Ú!" "WAARÒM?" snauwde ik òngedùldig! "OMDAT ÌK VAN Ú HÓU!"
Sòms vàllen de woorden zó ònverwàcht op je dàk dat ze áánvóelen als striemende hágelkòrrels! Zèlfs woorden die zàcht bedóeld zijn kunnen píjnlijk trèffen?! 'n Líefdesverklaring kàn àls 'n gésel zijn wanneer je ònmìddellijk besèft dàt je níet tor wéderliefde in staat bent.
'Rachav, ik ben in de róuw,' stamelde ik. 'Dàt wéét ik,' zei ze. 'U hoeft niet van mij te houden! Ik wìl voor ú ZÒRGEN, méér níet!' Ìk kòn van ontroering geen woord uitbrengen, want nu Bitya dood was leefde ik in een keiharde wereld vòl met gewèld & wréde mànnelijkheid.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende