108cpoQ: enkele decennia voor 1200 vdj/bce, bijna
in dezelfde tijd als Yosjoea @ Sjchem de vertegenwoordigers van de stammen van Israël toesprak, deden zich in de centrale & oostelijke delen v/h middellandse zeegebied migratie-explosies voor van noordelijke stammen wier herkomst & identiteit tot nu toe duister is: deze migratie-explosies vernietigden de geavanceerde, luxueuze beschaving van het Myceense Griekenland in de late bronstijd, een beschaving die was ontstaan rond 1600 in de Peloponnesische stad Mycene. Heel Griekenland raakte in beroering & werd in twee generaties tijd om-getoverd van een land met stenen paleizen tot 'n dunbevolkte streek met gehuchten & dorpjes. Grote bevolkingsgroepen werden opgedre ven & landverhuizers trokken dwars door Klein-Asia. Anderen gingen scheep, op zoek naar 'n nieuwe woonplaats. Vanuit zee spoelde een vloedgolf van nomaden aan op de stranden van Klein-Azië, Egypte & 't noorden van Kena'an. De eerste invasie in Egypte, vanuit Libië, werd in 1220 vdj afgeslagen door farao Merneptah. Enkele tientallen jaren na de dood van Yosjoea werd de Mesopotamische wereld ten oosten van de pas gevestigde Israëlieten onder vuur genomen door semi-nomadische Aramese stammen uit de ranggebieden van de Arabische woestijn.
't Hettietische rijk strekte zich uit over de anatolische hoogvlakte tot aan de bovenloop van de Eufrat boven Karkemisj & van 't Taurus-gebergte tot Damascus. Er zijn summiere aanwijzingen dat Troje tot het rijk behoorde en dat de Trojaanse oorlog, zo nu en dan geheel versluierd door Homerische legenden, een handelsoorlog was die werd gevoerd om Myceense schepen toegang te verschaffen tot de Dar-danellen; maar de geleerden zijn hierover zeer terughoudend, & de Hettitische documenten die tot dusver gevonden zijn, maken geen melding van 'n dergelijke oorlog. Misschien is Troje geplunderd tijdens deze hevige verplaatsingen van noordelijke stammen door Anatolie.
De Hettieten waren voortreffelijke krijgers & pientere staatslieden. Hun wetten hadden 'n zekere soepelheid & vriendelijkheid - als inter-nationale betrekkingen zó kunnen worden aangeduid -, overwonnen volkeren werden meestal niet wreed behandeld. 't Was & beschaving die veel waarde hechtte aan cultische zuiverheid: er heerste objectieve vrees dat de woede van de goden zou worden gewekt door licha-melijke en/of geestelijke onreinheid tijdens de volvoering van de cultische riten & dat dit tot veel menselijke ellende zou leiden.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende