En hoe zoude hy anders de waare Immanuel zijn;
indien hy, die een- & eeuwig-wezig met den Vader is,
zich niet vernederd had, en mensch geworden ware?
Die Zoone des menschen was, in zijnen vernieting-staat,
een weinig minder geworden, dan de Engelen, of liever zo-
genaamde Goden en Richters, die op den stoel van Mosjeh zaten,
doch eerlang zoude hy met eer en heerlijkheid worden bekroont, en verheven
aan de rechterhand der kracht, dat is G ds, gelijk het door inlossinge van dat woord,
tusschen twee haakskens, in onze overzetting is aangevuld.
Want haGevouraah, die kracht, word by de Hebreen genomen voor den Almagtigen,
die krachten werkt, en algenoegzaam is. En zo drukt Lukas, die cierlijker spreekt,
en de Hebreeuwsche spreekwoorden zo veel niet opvolgt, als Mattheus, dit aldus uit:
de rechterhand der kracht G ds: hoewel 't ook dus naar 't Hebreeuwsch zweemt,
& by ons luiden zoud: de krachtige, of groot-magtige rechterhand G ds.
Aan die ontzachlijke rechterhand zoud Christos zitten,
en niet alleen verheven worden tot de hoogste heerlijkheid,
maar ook rusten van den arbeid zijner zijner ziele, als de waare Hoogepriester,
die de reinigmakinge der zonden. door het eenig zond- en zoen-offer van zich zelven,
had te wege gebragt. Dit zouden zijne geslagene vyanden, lief of leed, zien, & zien moeten.
Dit zouden ze door eene betreurlijke uitkomst ervaren, en blijken zijner hemelheerschappy
in hunne onherstelbaare verwoesting, en grootmagtig oprechten, en uitbreiden
van 't heilrijk ontwaar worden: want hy zoud komen op de wolken des hemels,
niet alleen ten jongsten dage om te oordelen, & 't onherroepelijk vonnis te vellen
over levendigen en dooden; maar ook niet zijne wraakoeffeningen over dat land & volk,
onderwerpinge der Heidenen, & oordelen tegen de G dloozen,
nederzendinge van zijnen H. Geest, wonderwerken zijner Kruis-
gezanten, krachtige prediking der zoenmaare,
zoude hy blijken geven uit den hemel,
dat hy als Koning & Priester zat
op den troon der heerlijkheid.
Dit zouden zy eerlang, en van nu, van stonden aan zien.
Voornaamlijk ten geenen dage, als zy voor zijne vreeslijke vierschaar verschijnen,
en zien zouden dien zy doorsteken hebben.
{Zie ook Psalm 8:6/Lukas 22:69/Yesjayahoe 53:11/Hebreen 1:3
& Zecharya 12:10}!
Heer YHWH,
eeuwig komende/wordende aanwezige in ons,
onze Meester, hoe machtig is jouw naam op heel de aarde.
Jij die aan de hemel jouw luister toont ~
met de stemmen van kinderen & zuigelingen bouw jij een macht op
tegen jouw vijanden om hun wraak en verzet te breken.
Zie ik de hemel, 't werk van jouw vingers, de maan & de sterren door jou daar bevestigd,
wat is dan de sterveling dat jij aan hem denkt, het mensenkind dat jij naar hem omziet? Jij hebt hem bijna een g d gemaakt, hem gekroond met glans en glorie,
hem toevertrouwd het werk van jouw handen en alles aan zijn voeten gelegd:
schapen, geiten, al het vee, en ook de dieren van het veld, de vogels aan de hemel,
de vissen in de zee en alles wat trekt over de wegen der zeeen.
Eeuwig Aanwezige, onze Komende Meester,
wordende in ons, hoe machtig is jouw naam op heel de aarde!
Maar vanaf nu zal de Mensen-zoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige!
Na het lijden dat hij moest doorstaan zag hij {'t licht} & werd met kennis verzadigd!
In hem schittert G ds luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt
de schepping met zijn machtig woord: hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken,
ook plaatsgenomen aan de rechterzijde van G ds hemelse majesteit,
ver verheven boven de engelen omdat hij 'n eerbiedwaardiger naam heeft ontvangen dan zij.
Tegen wie van de engelen heeft G d immers ooit gezegd: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt?
Of:
"Ik zal 'n vader voor hem zijn, en hij voor mij een zoon?" Het huis van David en de inwoners van Yeroesjalayiem echter zal ik vervullen met een geest
van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden,
en over degene die ze hebben doorstoken,
zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind;
hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet
om een oudste zoon.
