menu myDiary

36975 ‘Èn híj gaf òns niet één duit voor ‘n paar,’

VOEGDE
EEN DERDE JONGEN ER BANG AAN TOE.
“WE HEBBEN ALLEMAAL ÉÉN DÚIT GEKREGEN!”
Hoewel hij aanvankelijk bedenkelijk keek, begonnen Kittims ogen inhalig te gloeien,
toen hij er tenslotte van overtuigd was dat de jongens de waarheid vertelden. “AHA,” zei hij. “NIET GEK!
GA IN EEN RIJ STAAN. JULLIE GEVEN ME OM EN OM JE DUIT. IK BEGIN BIJ JOU, AVEEL!” Kittim stak zijn
hand in de zak van Aveels kleed, trok zijn wenkbrauwen op en zei verbaasd: “WAT NU? TWEE MUNTEN?”
Aveel duwde Kittim met geweld van zich àf en rukte zich los uit zijn greep. “JIJ MAG ER ÉÉN HEBBEN,
MAAR DE ANDERE WAS VAN CHAJIEM, EN DÍE KRIJG JE NÍET!” “O?” grijnsde Kittim spotlachend. “JIJ
MAAKT HÍER NÍET DE DÍENST UIT! DÀT DOE ÌK! ÈN JÍJ HÈBT AL ÉÉRDER IETS VOOR ME ACHTER-
GEHOUDEN, WEET JE NOG?” ÀNDERE jongens waren TÉ BÀNG voor Kittim om hem ernaar te herinneren
DÀT híj àl éérder die dag een duit van Aveel afgenomen had. “GEEF MÍJ DIE MUNTEN!” “NÉÉ,” antwoordde
Aveel. “DÍE ZIJN VAN MÍJ!” Kittim deed een uitval. Aveel zwaaide met de onverlichte fakkel en sloeg de oudere
jongen tegen zijn hoofd. De klap deerde Kittim niet, maar verraste hem eerder. “JÍJ MOET HÓÓGNODIG ‘N LESJE
LEREN!” Toen Aveel opnieuw met de fakkel naar hem uithaalde, greep Kittim de fakkel en rukte hem uit Aveels hand.
Met ‘n dreun sloeg Kittim Aveel tegen de vlakte. “GÉÉF MÍJ DÍE DÚITEN,” drong hij aan. Aveel weigerde, ondanks
de waarschuwingen van de jongere fakkeldragers. Kittim sloeg Aveel met z’n vuist tegen zijn kin, & Aveels schedel kwam met ‘n klap op de harde grond terecht. “NÚ!” herhaalde Kittim. “HET GÈLD!” Door ‘n nevel van flitsend & verblindende pijn antwoordde Aveel: ‘Het geld van Chajiem krijg je niet!’ En hij smeet één muntje in Kittims gezicht. De volgende
klap van Kittim kwam tegen Aveels kaak terecht, de volgende op zijn neus & vervolgens één in zijn maag.