menu myDiary

35643hk199 De Niet-VanzèlfSprekende AanspreekVorm!

ONVERMOEIBAAR PROBEERT YESJ MET ALLE MIDDELEN DUIDELIJK TE MAKEN: G D ÌS WÈRKELIJK ZÓ!

Hij/zij is werkelijk als een Váder/Moeder van de verlórenen, wèrkelijk 'n 'G d' vàn de morele mislùkkelingen, vàn de goddelózen?! Èn ìs dàt geen ongehoorde bevrijding voor àlle mensen, díe mèt móeite èn Schùld beláden zíjn?!! Ìs dàt niet àlle réden tòt vréugde en hóóp?

Het is zó geen nieuwe god, die híj verkòndigt; het ìs nòg stééds dé verbòndsgod! Maar déze 'óude G d van het Verbònd' kòmt ìn 'n níeuw lìcht te staan! G d is géén ànder, máár híj/zíj/hèt ìs ànders! Níet een Gòd vàn dé Wèt, máár 'n G d van de genáde!

En terugkijkend gaan we van-úit de G d van de genade die Gòd van de Wèt óók béter begrijpen: de wet ìs reeds 'n ÚITDRUKKING vàn de genade! En vanzelfsprékend is dàt alles nòg niet voor de mènsch: daarvoor is een àndere manier van dènken nódig, mèt àlle consequenties díe dáárbíj behóren; een wèrkelijk níeuw bewùstzijn, een ÈCHTE ìnnerlijk òmkeer, die wòrtelt ìn het ònwrìkbare vertrouwen dàt men GELÓÓF nóemt?


Yehosjoea's bóódschap is een Òproep òm je níet te èrgeren, maar te verànderen: dóór te vertrouwen òp zíjn wóórd èn òp de G d vàn dé genáde...... Zíjn wóórd ìs dé Énige garàntie die aan de mènsch gegeven wòrdt, dàt G d wèrkelijk zó ìs. Wie dìt wóórd niet gelooft, zal zijn daden dus verdàcht maken als demónisch?! Want zònder zijn wóórd BLÍJVEN zijn DÁDEN dubbelzinnig!? Alléén zijn wóórden maken ze ééndúidig...

Maar eeníeder díe zich ìnláát met Yesjoe's boodschap en gemeenschap, wòrdt ìn YÈSJ mèt hèm geconfronteerd die híj aanspreekt met 'mijn Vader'! Met 'Vader' - 'n Váder zoals hij hem zag (níet in tegenstelling tot moeder) - wàs dé kèrn sámengevat van de hele strijd......

De taalkundige bewíjslast geeft dáárvàn 'n merkwaardige bevestiging. Gezien de enorme rijkdom aan aanspreekvormen voor G d waar het vroege jodendom over beschikte is het verbazingwekkend dàt YESJ juist de aanspreekvorm 'mijn Vader' úirkoos? In de Hebreeuwse Bijbel vind je zo hier en daar verzen waarin G d als Váder aangesproken wordt.

Maar nergens in de literatuur van het vroege Palestijnse jodendom wordt G d aangesproken met de Hebreeuwse aanspreekvorm 'mijn Váder'! Alleen in 't hellenistisch gebied wordt G d onder de Griekse invloed zo nu en dan aangesproken als pater?! Nòg uitzonderlijker is de bewíjslast inzake de Aramese vorm voor vader: abba!.

Yehosjoeah schijnt volgens de ons overgeleverde getuigenissen G d steeds als abba te hebben aangesproken?! Alleen zo [ràk kàch] is te verklaren waarom deze buitengewone Aramese aanspreekvorm voor G d in de Griekssprekende gemeenten nu is blijven bestaan vóórtáán!

Wat hebben zijn ouders hèm (vanaf het begin af áán?) óver zíjn wèrkelijke lijfelijke/geestelijke 'vader' vertèld vanàf ongeveer
"4BC" al of niet 'in AeGYPTe'? Wàt wéten wíj in féite óver díe eerste plus/minus "30" jaar van Herodes tot en met Pontius Pilatus?

Òftewel: wàt (wáár/wànnéér/waarom) dròng pas ècht góed tòt hèm dóór wàt er precies 'aan 't gebeuren was' bìnnenìn èn ròndòm hèm DÀT hèm aanspoorde tòt dat merkwaardige gedrag dat zijn familie kenschetste als 'gèk, 'raar', 'gestoord', vreemd, merkwaardig & zòt, 'geesteszíek'?!!