Mooi, maar niet bijzonder knap
Ze was mooi, maar niet bijzonder knap
haar gezicht had iets van de weidsheid en onpeilbaarheid
van de nachtelijke zee
die zich onzichtbaar uitstrekte aan onze voeten
verlicht door de lantaarns op de promenade
met de luidkeels fluisterende zee achter haar
zweefde dat gezicht over het strand en door de nacht
terwijl ik nauwelijks kon horen wat ze zei
over de golven en de meeuwen en mijn ademhaling en de geuren van de zee en de friet en het bier en de duisternis van de nacht
die ons bedekte onder een deken
die ons scheidde
al lag haar lichaam naast het mijne, op het zand
het lag buiten de lampen van de echte wereld
in het onwerkelijke duister naast een oneindige oceaan
voor eeuwig onttrokken aan het leven aan de lust aan de liefde
enkel haar gezicht
mooi, maar niet bijzonder knap
zweeft nog steeds af en toe door mijn gedachten
verlicht door de lantaarns op de promenade
en door mijn herinneringen
die altijd zachter zijn
dan de zeewind ooit was.
~ Hastings, mei
Wolfe Tone, man, 40 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende