menu myDiary

36452shr112 'n Andere gevangenen, 'n Duitse vrouw

DIE ELIZABETH KUNESCH HEETTE, BEVESTIGDE CLARA'S VERHAAL OVER DE PLOEG DIE DE WEG AANLEGDE. ZIJ WAS ER VANAF HET BEGIN AF AAN BIJ EN HERINNERT ZICH HET COMMANDO TOT DE DAG VAN VANDAAG, EN VOORAL EEN VROUW DIE KÄTHE HEETTE... 'Käthe was Joods & erg intelligent en erg aardig. Ze zong altijd voor ons als we stenen aan het tillen waren en zorgde dat we onze pijn vergaten!' Volgens Clara was er ook een èchte prinses bij de beroemdhedenploeg; zij was door haar kok aangegeven omdat ze lelijke dingen gezegd had over Hitler en ze was erg muzikaal! 'Als je het haar vroeg, kon ze elke partij van het orkest neuriën?' Er was nòg een andere vrouw met 'n doctoraat, Maria, 'een wandelende encyclopedie', die Clara elke avond een uur lang Engelse geschiedenisles gaf: "ZE WAS EEN ORIGINEEL TYPE: LANG, MET EEN HOOP BRUINE VLEKKEN, VAAK ONDER DE LUIS, EEN BEHOORLIJK DIKKE BUIK. ZE PLACHT ZICH TE WIKKELEN IN ALLES WAT MAAR MOGELIJK WAS TER BESCHERMING TEGEN DE KOU, MAAR RAAKTE HET ALLEMAAL GEWOONLIJK OOK WEER KWIJT? VEEL DOMME MENSEN DREVEN DE SPOT MET HAAR, MAAR DE SLIMME MENSEN WAREN HAAR VRIENDINNEN! IK HIELD VAN DE MANIER WAAROP ZIJ VERLANGDE NAAR EEN OPEN HEMEL, WEIDEN EN BOSSEN!" Anni uit Praag hoorde ook bij de ploeg; ze was secretaresse geweest van Tomás Masaryk, tijdens het interbellum president van Tsjecho-Slowakije... "Zij was altijd van de beste roddels in het kamp op de hoogte!" ZELFS WANNEER ER WERK MOEST WORDEN VERRICHT, GINGEN DIE BEROEMDHEDEN ZINGEND OP WEG! 'Als de prinses in een bijzonder goede bui is, zingt ze de "ROOS"-aria uit FIGARO!' En de vriendelijke groene-driehoekkapo verdeelde taken 'met 'n knipoog van onze kant'. Dàn praatten de vrouwen over filosofie & literatuur. 'ELKE DAG WAS ER DISCUSSIE OP ÉÉN OF ANDER PLEKJE VAN ONZE WEG, DIE EINDELOOS IN AANBOUW WAS. OP EEN KEER WAREN WE BIJNA ALLEMAAL BEZIG OM STENEN IN EEN GEUL TE LEGGEN, EN AANGEZIEN WE AL MOZART, BEETHOVEN & BRUCKNER HADDEN GEZONGEN, BEGON MARIA 'N LEZING TE GEVEN OVER DE ROMANTIEK, EN WE GINGEN HIER ZO IN OP DAT WE NIET GEZIEN HADDEN DAT ER EEN BEWAAKSTER UIT DE WASSERIJ OP ONS AFKWAM! Ik ging op Maria's voet staan & ze begon tegen me te foeteren, tòtdàt ze de uitdrukking op onze gezichten zag. De bewaakster besloot MÍJ te laten boeten & schreeuwde: "ÌK ZAL JE WEL LÉREN WÈRKEN, WÀCHT MAAR!" & toen werd ik i/d wasserij a/h werk gezet, waar ik vuile lakens & steenkoolzakken moest borstelen.'